Direct naar navigatie

Steurvissen in Vlaardingen?

Door: Vlaardings Archeologisch Kantoor

Op één van de eerste reconstructies van de Vlaardingencultuur staan de mensen afgebeeld met een grote steur. De beenplaten van de steur zijn dan ook in groten getale gevonden op Vlaardingencultuur vindplaatsen. Tegenwoordig moeten archeologen dat beeld van Vlaardingers als steurvissers toch enigszins nuanceren.

Zo stelde men zich in de jaren '50 de mensen van de Vlaardingen-cultuur voor: als atoere steurvissers. (Bron illustratie: Panorama, jaargang 43, no. 48, december 1956, illustrator onbekend)

Veel en groot

In de jaren ‘50 was de steur uit de Hollandse wateren verdwenen, en de vondst van de vele steurplaten op de vindplaatsen van de Vlaardingen-cultuur was dan ook spectaculair. De grote aantallen vertekenen het beeld echter zeer. De steur heeft namelijk veel beenplaten en de vangst van één steur levert al zo’n 50 beenplaten op. Daarnaast breken de platen ook makkelijk. Geen wonder dat archeologen dan ook zoveel resten van de platen terugvonden. Daarnaast kan de steur uitgroeien tot een flinke grote vis, waardoor de beenplaten dus ook vaak groot zijn en daarom makkelijker te vinden dan bijvoorbeeld een graatje van een stekelbaarsje. Tegenwoordig zeven archeologen vaak de grond, en zo vinden zij ook veel resten van kleine vissoorten. Deze zouden met het gewone troffelwerk over het hoofd worden gezien. Dit levert een heel ander beeld op van de visvangst van de mensen van de Vlaardingen-cultuur.

Wat levert zeven op?

In Vlaaringen, waar men toen met de hand visresten verzamelde, zijn slechts enkele vissoorten aangetroffen: de snoek, de harder en de steur. Bij modernere Vlaardingen-cultuur opgravingen in Hekelingen en Hellevoetsluis hebben archeologen wel gezeefd. In het zeefresidu trof men hier een breed spectrum aan vissoorten aan. Voornamelijk vissen die de mensen in zoet water konden vangen, zoals voorn, snoek en baars, maar ook paling. Hoewel geboren in de zee, kan deze kronkelige vis ook goed in zoet water leven. Maar ook vissen als steur, spiering en harder die een groot deel van hun leven in zee zwemmen, kunnen in zoet water gevangen worden. Net als zalm en forel paren zij in zoet water. Ook zalm en forel moeten zijn gevangen, maar hun skeletmateriaal wordt echter zelden teruggevonden doordat dit zeer fragiel is en snel vergaat. In Hellevoetsluis hebben de mensen van de Vlaardingencultuur ook op zeevissen gejaagd als kabeljauw, schol en bot. Zeker de zoetwatersoorten hadden ook in Vlaardingen gevonden kunnen worden, als er gezeefd was…

Hoe vingen ze vroeger hun vis?

Deze uitzonderlijk goed geconserveerde fuik is gevonden in Vlaardingen aan de Arij Koplaan.

Om vissen te vangen moet je inventief zijn. De Vlaardingen-mensen waren dat. Zij bouwden fuiken, waarin paling en zoetwatervissen gevangen konden worden. Een fuik is een soort korf, waar de vis door een trechtervormige opening makkelijk in kon zwemmen, maar niet zo makkelijk weer uit. De mensen zetten de fuiken vast in het water langs de oever. Na een tijd wachten, haalden ze de buit eenvoudig binnen door de fuik leeg te schudden. In Hellevoetsluis troffen archeologen ook veel resten aan van stekelbaarsjes. Een bijvangst uit de fuiken die de mensen niet consumeerden, maar die zeer waarschijnlijk ten goede kwam aan de honden.
De mensen van de Vlaardingen-cultuur zetten visnetten uit in de kreek. (Bron illustratie: Het Vrije Volk)Voor de wat grotere seizoensvissen maakte men gebruik van weren. Het principe is hetzelfde als van de fuik. De mensen sloten dan een inham van de kreek af met paaltjes en lieten een smalle doorgang open. Door de vissen uit de kreek naar de inham te drijven, waren de vissen gedwongen door de opening te zwemmen, waarna de mensen de vissen makkelijk konden vangen.

Om snoeken of zeevissen te vangen was meer behendigheid vereist. Hiervoor gebruikte men veelal een visspeer, een techniek die je niet één-twee-drie de baas wordt. Platvissen kun je vangen door de vis te fixeren met je voeten en vervolgens de vis op te prikken uit het water. Het is ook goed mogelijk dat men gebruik maakte van sleepnetten. De zeevis werd waarschijnlijk in het ondiepe water van de wadplaten bevist. Aanwijzingen voor visserij uit de kust zijn er niet. Alle gevonden soorten zeevis kunnen heel goed aan de kust zijn gevangen.

Consumptie

De gevangen vissen sneed men in stukken. De snijsporen op graten en wervels zijn daar getuigen van. Uit sporen van verbranding blijkt dat de mensen de vissen ook bereidden op een vuurtje of op een gloeide aslaag. De restanten van de maaltijd gooiden ze gewoon op de grond, waar honden en varkens zich er te goed aan deden. Dat weten we doordat in de uitwerpselen van die dieren visgraten zijn gevonden.

De steur van de Vlaardingen-cultuur

De grote hoeveelheid steurresten die in Vlaardingen zijn gevonden, duiden dus niet op overmatige steurconsumptie. Steuren laten nu eenmaal veel resten achter en deze moeten ook nog eens afgezet worden tegen het aantal jaren dat de vindplaats in gebruik is geweest. Zo bezien beperkt het aantal geconsumeerde steuren in Vlaardingen zich tot een paar exemplaren per jaar. Als we een reconstructie maken van de lengte van de vissen die in Vlaardingen zijn gevonden, moeten we denken aan vissen van anderhalve meter lang. De mensen zullen er een goede maaltijd aan over hebben gehouden, maar om ze nu te betitelen als steurvissers, daar is het visspectrum uit andere, modernere opgravingen, veel te breed voor.

Video's

Expeditie Steentijd

Wie waren de mensen die hier 5.000 jaar geleden in het moeras woonden? TGVideo maakte een filmpje over deze samenleving voor de tentoonstelling 'Expeditie Steentijd'

 

Reacties