Direct naar navigatie

Visserij

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 8000 v. Chr. - heden, Thema's: Visserij

Wie kent niet het Vlaardingse haringspeldje? Het college reikt dit mooie kleinood uit als ‘pluim op de hoed’, maar het is ook te koop bij VVV Vlaardingen. Een zilverkleurig visje is het symbool van de stad geworden. Niet verwonderlijk, want Vlaardingen en vis werden eeuwenlang in één adem genoemd.

In de val

Een 5000 jaar oude fuik die gevonden is in de Westwijk.Al zo’n 5000 jaar geleden maakte de Vlaardingen-mens dankbaar gebruik van verschillende vissoorten om zijn menu aan te vullen. Eén soort springt er echter onmiddellijk uit: de steur. Bij opgravingen in de Westwijk vonden archeologen grote hoeveelheden beenplaten van dit dier. De ‘Vlaardingers’ kregen al snel de naam ‘steurvissers’ of ‘kaviaareters’. Dit is een vertekend beeld. De grote beenplaten van de steur waren beter zichtbaar dan kleinere visgraten en werden daarom sneller verzameld door de onderzoekers. In werkelijkheid benutten de Vlaardingers zowel de rijkdommen van de delta als die van de kust. Ze visten onder andere op witvis, snoek, baars, steur, spiering, harder, platvis en kabeljauw. Voor de grootste vissen hanteerden ze de visspeer, netten en weren. In de kreken gebruikten de Vlaardingers echter het meest de fuik. Bij de opgravingen in de Westwijk zijn twee exemplaren gevonden, waarvan er één is geconserveerd.

De archeologische collectie van Vlaardingen bevat nog een tweede fuik. Dit trechtervormige voorwerp is beduidend jonger en dateert uit de 14e eeuw. Het is gevonden tijdens een opgraving aan het Buizengat, op de locatie ‘Het Zwarte Paard’. Fuiken gebruikt men ook vandaag de dag nog voor de palingvangst.

De roep van de zee

In de 13e-14e eeuw gingen de Vlaardingers zich meer focussen op de zee. Hun schepen lieten niet toe om diepe wateren op te zoeken, dus bleven ze dicht langs de kust. Ze visten op haring, kabeljauw, schelvis, wijting, heilbot, tong en rog. Vanaf 1400 kreeg de zeevisserij een nieuwe impuls. Een nieuw type schip, de buis, deed zijn intrede. Dit kloeke schip had met veel laadruimte en een kiel. Het zeewaardige schip liet toe om naar de Schotse en Engelse kust te varen om daar op haring te vissen.

Een visloodje om een net te verzwaren. Gevonden tijdens de opgraving op het 'Zwarte Paard'.Ongeveer gelijktijdig met de buis vond de introductie van een beter en sterker vistuig plaats: de vleet. Een vleet bestaat uit een reeks netten, elk ongeveer 30 m lang en 16 m hoog. De netten zaten met lange touwen vast aan een zware en dikke henneptros (reep). Het geheel bleef drijven door waterdichte tonnetjes (breels) die met touwen waren vastgemaakt aan de reep. De netten zweefden verticaal in het water op ongeveer 12 m onder de zeespiegel. Een net werd verticaal gehouden door kurken dobbers (vloten) aan de bovenzijde en stukjes lood aan de onderzijde. De Vlaardingse vissers gebruikten deze vleten tot na WOII. Pas toen schakelden ze massaal over op trawlnetten.

Zwemmend zilver

Vanaf de middeleeuwen tot de 19e eeuw was Vlaardingen bijna geheel afhankelijk van de visserij. Vooral het zilverachtige visje was erg gegeerd. Eind juni keek de bevolking vol spanning uit naar de eerste jager die de haven zou binnenvaren met de eerstelingen van het seizoen. Zodra de tonnen haring op de kade stonden, nam de opperkeurmeester het over. Hij koos de beste haring. Die werd vervolgens in oranje vaatjes gedaan en met een haringsjees naar de koning vervoerd. Al vanaf de 16e eeuw gebeurde het keuren volgens strikte regels.

Een fragment van een 17e-eeuwse boetnaald.Elk gezin had wel een vader, zoon of oom die naar zee trok of die werkte op een scheepswerf. Ongehuwde meisjes ondersteunden deze economie door de netten te repareren in grote boetschuren of –zolders. In het begin van de 18e eeuw telde de vissersvloot ongeveer 120 schepen, de meeste buizen en hoekers.

Van haring- tot industriestad

De vier zeeoorlogen met Engeland (tussen 1652 en 1784) en de maatregelen die Napoleon invoerde om Engeland te blokkeren, zorgde voor zware verliezen in de Vlaardingse visserij. De bevolking leefde in grote armoede. Pas na 1850 bloeide de visserij weer op door de introductie van lichtere katoenen netten en de zeillogger, een nieuw type schip. De uitbreiding van het spoorwegennet zorgde er dan weer voor dat Duitsland als belangrijkste afzetmarkt voor Vlaardingse haring beter bereikbaar werd. Het ging Vlaardingen voor de wind.

Reclameuiting van N.V. van Toor's Handelmaatschappij, circa 1935 (collectie M.P. Zuydgeest)

Deze voorspoed zette zich echter niet door in de 20e eeuw. Terwijl andere vissersplaatsen als IJmuiden en Scheveningen fors investeerden in de visserij, bleef de Vlaardinger vasthouden aan het traditionele familiebedrijf en de beproefde methoden. Langzaam raakte Vlaardingen achterop. De doodsteek was de opkomst van de industrie. Arbeiders kregen er een redelijk loon, werkten dicht bij huis en hadden enig toekomstperspectief. Het was niet langer vanzelfsprekend om vader of oom te volgen naar zee. Het belang van de visserij verminderde sterk en de ooit zo trotse vloot was op de laatste Vlaggetjesdag in 1964 gereduceerd tot negen motorloggers.

Bron: Harm Jan Luth e.a. 2001: Ach Lieve Tijd Vlaardingen, 1000 jaar Visserij, Zwolle.

Video's

De Oude Haven en de visserij in Vlaardingen

Een uitzending van V(laardingen)TV waarin visserijdeskundige Peter Zuydgeest over de Vlaardingse visserij vertelt.

 

Reacties