Direct naar navigatie

Strijd tegen het water

Door: Vlaardings Archeologisch Kantoor, Periode: 8000 v. Chr. - heden, Thema's: Strijd tegen het water

Vlaardingen strijdt sinds jaar en dag tegen het wassende water. De bewoners hebben dan ook tal van maatregelen getroffen om de voeten droog te houden. En nog is de strijd niet gestreden...

Rijn- en Maasmond

Vlaardingen ligt op de plek waar de Nieuwe Maas en Oude Maas samenkomen. Hier komen Maas en Rijn definitief bij elkaar in het Scheur. Anders dan de naam Nieuwe Maas doet vermoeden, vervoert deze stroom vooral Rijnwater, terwijl de geul van de Oude Maas wel een groot deel van het Maaswater vervoert. Via de Nieuwe Waterweg monden de hoofdstromen van beide rivieren uit in zee.  

Delta

De Maas en de Rijn staan echter al ver voor het Scheur met elkaar in verbinding door verscheidde zijtakken. Het vertakken en het samenkomen van de rivieren is typisch voor een rivierdelta. De Maas- en Rijndelta zijn met elkaar verweven. Vroeger lagen de hoofdstromen uit elkaar. Vlaardingen lag aan de Maasdelta, die de Romeinen Helinium noemden. De Rijn monde uit bij Katwijk. Sinds de 11e  eeuw heeft de Lek de functie van hoofdstroom overgenomen van de Oude Rijn, en stroomt een groot deel van het Rijnwater dus ook langs Vlaardingen. De Maas verlegde ook zijn stroom en wel richting het Hollands diep en het Haringvliet. Door de Deltawerken en de aanleg van de Nieuwe Waterweg zijn de hoofdstromen van beide rivieren bij elkaar gevoegd.  

delta

Getijdenzone

In het laagste deel van de delta heeft de zee grote invloed op het landschap. Met hoogtij stroomt namelijk het zeewater de rivier op. Vlaardingen ligt op de rand van deze getijdenzone. Ook nu nog kan het rivierwater bij Vlaardingen erg zout zijn. Wanneer de natuur de vrije loop heeft, bestaat de getijdenzone van een rivierdelta uit een brede vlakte van slikken en wadden. De slikken en wadden liggen bij laag water droog. Bij hoogwater staat de vlakte onder water tot aan de kwelderwallen. Hier achter liggen de kwelders of gorzen. Een aantal keer per jaar bij zeer hoge waterstanden staan de kwelders onder water. Verder op begint het veenlandschap. De rivier heeft hier nauwelijks invloed. Toch komt het eens in de paar jaar voor dat ook dit gebied overstroomt. Vaak snijdt het water dan een geul in het landschap, zo ontstaan kreken. Geen wonder dat we in Vlaardingen dus een eeuwige strijd tegen het water voeren!

Eerste bewoners

Vlaardingen is zonder ingrepen van de mens praktisch onbewoonbaar. De rivier en de zee maken het land tot een verraderlijk moeras. Toch is de drang om hier te wonen in de prehistorie groot. Een rivierdelta is namelijk een gebied waar veel vogels, vis en wild leeft. Het oudste bewijs van bewoning is gevonden op een -toen al oude- rivierduin. Nu ligt deze vier meter onder de Piet Heinplaats. De duin stak toen boven het moerasland uit, zodat mensen er in de steentijd hoog en droog woonden.

Kreken

Later in de steentijd bewonen de mensen van de Vlaardingen-cultuur de oeverwallen langs de kreken. De oeverwallen liggen hoger dan de kreek en het omringende moerasland. Op de oeverwal leggen zij kleine akkers aan. Het wonen op de oeverwallen had wel een nadeel. Bij hoog water spoelt het water over de oeverwallen. Echt veilig waren de mensen hier dus niet. In sommige tijden is er zo vaak hoog water dat de mensen helemaal niet meer kunnen wonen in dit gebied. In de bronstijd bijvoorbeeld.

Hoogveenbulten

In de ijzertijd durven de mensen het aan om op het veen te gaan wonen. De hoofdgeul van de Maas ligt in die tijd ver van Vlaardingen af. Zo bereikt het hoge water het gebied niet of nauwlijks. In het veenland liggen hoogveenbulten. Hierop gaan de mensen wonen. Natuurlijk zijn de omstandigheden verre van ideaal. De huizen zakken steeds weg in het veen, en vaak moeten zij de huizen repareren, en geregeld moeten zij zelfs een heel nieuw huis bouwen. Maar klaarblijkelijk, namen de mensen die ongemakken voor lief. Toch duurt dat niet lang, en rond het jaar nul wordt het weer erg nat in het gebied. Een enkeling blijft er wonen en weet met geulen en dammen het hoofd boven water te houden.

Dam met klepduiker uit de Romeinse tijdRomeins ontwateringsysteem

De Romeinen pakken het voortvarender aan, zij zetten een ingenieus stelsel van sloten en kanalen uit. Zij maken gebruik van een noviteit: de duiker en de sluis. Zo krijgen ze het water waar ze het hebben willen. Helaas werkt het systeem niet feilloos. Door de ontwatering klinkt het veen in. Hierdoor zakt het landschap en wordt het land juist erg nat. Pas in de late middeleeuwen kunnen mensen dit probleem de baas worden door bemaling met molens toe te passen.

Terpen

Door de Romeinse ingrepen is het landschap lange tijd onbruikbaar. En de mensen trekken weg uit het gebied. Of er veel mensen woonden in dit gebied in de vroege middeleeuwen is niet bekend. Uit bronnen blijkt dat er in 8e eeuw een kleine nederzetting stond op de oeverwal langs de Vlaarding. Om weerstand te bieden aan overstromingen hogen zij de oeverwal op, zo ontstaat de Hoogstraat en de terp waarop de Kerk staat. Ook de boerderijen in de omgeving liggen op terpen.

Ontginningen

In de 10e eeuw krijgt een graaf Dirk II een vergunning om het moerasland te ontginnen en deze te gebruiken voor akkerbouw. In de eeuwen hierna verandert het moerasland in boerenland met de typische verkaveling van sloten die wij zo goed kennen. Deze verkaveling is op sommige plekken nog steeds te zien in het landschap. In eerste instantie dreigde het zelfde gevaar als in de Romeinse tijd: de vernatting van de ingeklonken bodem. Door de uitvinding van de molen, kunnen mensen het overtollige water weg pompen. Zo weten we dat er In 1413 een molen heeft gestaan in Schipluiden. Om de polders te beheren wordt het Hoogheemraadschap opgericht. Deze beheerde in het Delfland  de ontwateringskanalen, zoals de Vlaardingse Vaart die in de 13e of 14e eeuw is gegraven en de sluizen, zoals Driesluizen en Vijfsluizen.

Nedergank van FlardingaGrote overstromingen

De rivier bleek in de middeleeuwen echter de grootste vijand. Na de overstroming van 1134 besluit de graaf een dijk langs de Maas aan te leggen. Dit lijkt te helpen, want als in 1163 er weer een grote overstroming plaatsvindt, blijft de stad gespaard. Het achterland is echter totaal verwoest. De dijk bleek niet op alle plaatsen even stevig te zijn. In 1459 wordt de dijk bij de kerk verstevigd met een stenen keermuur. Toch bood ook deze muur geen zekerheid. In 1494 bijvoorbeeld heeft de rivier, ondanks de muur, een stuk van het kerkhof weggeslagen.

Sluis
Sluis en spoordijk

De Vlaardingers blijven tobben met de rivier. Een moeilijke factor is dat de haven natuurlijk open moet blijven. De oplossing, een sluis, werd pas in 1887 gerealiseerd. Sindsdien is het achter de spoordijk - want in die dagen kreeg Vlaardingen ook een treinverbinding met Rotterdam - droog.

De eeuwige strijd

Het buitendijkse gebied bleef natuurlijk overgeleverd aan de rivier en de zee. Met de inwerkingstelling van de Maeslantkering in 1997 zijn de deltawerken voltooid. Vlaardingen hoeft geen stormvloed meer te vrezen. De verwoestende werking van de zee is daarmee ingeperkt. Om de rivier onder controle te krijgen zijn er echter andere oplossingen nodig. Recente overstromingen in Limburg tonen aan dat die strijd nog niet gestreden is...

 

Reacties