Direct naar navigatie

Oorlog

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 3000 v. Chr. - 1699, Thema's: Oorlog

We schrikken er allang niet meer van, als het woord ‘oorlog’ valt. Door de dagelijkse nieuwsuitzendingen over het wel en wee in vrijwel iedere uithoek van de wereld, zijn we gewend geraakt aan berichten over rampen en oorlogen. Het strijdgewoel bevindt zich tóch altijd ver van ons bed. Dat was niet altijd al het geval. Ook Vlaardingen en haar inwoners zijn de krijgsdans niet ontsprongen en hebben tijden van overheersing, veldslagen, conflicten en schermutselingen gekend.

Ontzielde lichamen na de strijd (een fragment van een impressie van Rabou)
De Romeinse tijd

In 12 v. Chr. schrikte de komst van de in krijgstenue gehulde en gedisciplineerd in colonnes marcherende Romeinen de in dit gebied levende jagers en boeren op. De Friezen en Germanen waren niet van deze lieden gediend en in 47 na Chr. trokken de Romeinen zich terug tot onder de (Oude) Rijn. Ter markering van deze grens bouwden zij een aantal forten, waarvan er ook één, ‘Elinio’ (naar Helinium, de Romeinse benaming voor de Maas) genaamd, in of bij Vlaardingen moet hebben gestaan. Vlaardingen was Romeins en zou dat een paar eeuwen blijven. De inheemse boeren, de Cananefaten, raakten volledig geïntegreerd in het Romeinse leven en dienden zelfs in hun leger. Dat Een impressie van een boerderij in de Romeinse tijd (Ulco Glimmerveen)blijkt onder meer uit archeologische vondsten op bedrijventerrein Hoogstad. Aan het eind van de 3e eeuw na Chr. trokken de Romeinse legers zich terug om Italië en Rome te vrijwaren van agressieve Germaanse stammen. Toen pas bleek de schade die er was ontstaan door de grootschalige ontginningen ten behoeve van de Romeinse grote landbouwbedrijven; de venige bodem was flink ingeklonken met als gevolg dat het hele gebied ten prooi viel aan grote wateroverlast. Inmiddels waren de meeste bewoners al naar drogere oorden vertrokken en bleef het gebied vier eeuwen lang nauwelijks bewoond.

De opkomst van de graven

Vanaf de 7e eeuw viel het gebied onder het gezag van de Karolingische koningen waaronder Karel de Grote. Zijn opvolgers bogen het hoofd voor het machtsvertoon van de plaatselijke aristocratische geslachten. Hierdoor voelden de graven van Holland zich heer en meester, terwijl ze eigenlijk gehoorzaam dienden te zijn aan de Duitse keizer, die de wettige erfgenaam was van het Karolingische gezag. Graaf Dirk III lapte dit aan zijn laars en hief tol op de doorvaart van de Maas, iets dat alleen de Duitse keizer mocht doen. Na de klaagzangen van een aantal kooplieden uit Tiel, die zich in hun handel op Engeland belemmerd zagen, was de maat vol. Keizer Hendrik II stuurde zijn trouwe hertog Godfried, vergezeld van een groot aantal soldaten, in 1018 naar Flardinga.De moord op hertog Godfried (detail prent Rabou) Door een listige aanpak en een slimme krijgstactiek, wist Dirk III het keizerlijk leger te verslaan. Hij voelde zich oppermachtig en een tweede aanval in 1047 haalde eveneens niets uit.
Door dit onverschrokken optreden van de graven groeide Vlaardingen uit tot de belangrijkste nederzetting van het graafschap dat men sinds 1101 Holland noemde.
Een grote overstroming deed de graven uitwijken naar drogere plekken waar zij zich op andere steden focusten. Toen Willem I, graaf van Holland, in 1206 het Vlaardingse hof met de omringende landerijen verkocht, vestigden zich lokale edelen op deze stukken land om er hun kastelen op te bouwen en het land te verbouwen. De adellijke broers Reinier en Nicolaas van Hoylede bouwden de Joffer Aechtenwoning en Holy . Onder de Burg. Heusdenslaan troffen archeologen resten aan van nog zo’n kasteel, Steenhuizen genaamd en toen archeologen het voormalig Kolpabadterrein onderzochten, ontdekten ze resten van een kasteelterrein.

Hoekse en Kabeljauwse twisten

Het gebied rondom Vlaardingen, incluis de hier overal verrezen kastelen, kreeg het zwaar te verduren onder de schermutselingen als gevolg van de zogenaamde Hoekse en Kabeljauwse twisten, een uiterst ingewikkeld conflict waarbij de graven van Holland, oude adellijke geslachten, nieuw ontstane steden en nieuwe adel elkaar in de haren vlogen.
De conservatieve Hoeken in Delfland en Schieland moesten het in 1351 afleggen tegen de meer voortvarende en alle Hoekse kastelen verwoestende Kabeljauwen.

Spaanse overheersing

Twee eeuwen lang zou het min of meer rustig blijven, totdat de hertog van Alva in 1567 de Republiek met veel krijgsgeweld binnentrok. Velen vluchtten naar Duitsland en Engeland, waar gevluchte Hollanders, die zich inmiddels verenigd hadden in de Geuzen, strooptochten naar de Hollandse kust ondernamen. Alva reageerde hierop door zijn troepen te verplaatsen naar Delft, Delfshaven, ‘s-Gravenzande, Maasland en Vlaardingen, zodoende de dertien sluizen in dit gebied in handen houdend.
Op 1 april namen de Geuzen Den Briel in. Alva was woedend en trok met een aantal legers het stadje binnen om de Geuzen weer te verdrijven. Door een tijdens een krijgsraad geopperde list van de Vlaardingse baljuw Veenlant, delfden Alva en zijn oorlogsvloot brandend het onderspit.
Na een tweede kortdurende invasie van de Spanjaarden, namen de soldaten van Lumey, de leider van de Geuzen, de leiding over. Maar niet voor lang. Na de belegering van Haarlem, in 1573, viel ook Vlaardingen weer onder Spaans bewind. Even leek het tij te keren maar toen de Spanjaarden de sluizen langs de Maas veroverden, was het einde verhaal voor de Geuzen. Maar liefst 900 Spaanse soldaten namen hun intrek in de stad.

De vloot van de Geuzen is - over de onder water gezette polders -onderweg naar Leiden (fantasieprent)
Nadat Leiden was ontzet, verplaatsten de gevechten zich naar Vlaanderen en de Geuzen namen bezit van Vlaardingen. Alva’s opvolger Requesens liet zich niet zomaar afserveren en wilde opnieuw Leiden belegeren. De troepen van de prins van Oranje zagen de bui al hangen en toen de Spanjaarden de Maaslandsluis in bezit namen,gebeurde er iets dat zijn sporen gedurende lange tijd achter zou laten. Zij kregen van hun leider opdracht om de tactiek van de verschroeide aarde toe te passen en staken op 2 juni 1574 met fakkels Vlaardingen in brand. Deze brandde vrijwel geheel af. Maar hier bleef het niet bij, in een poging de vijand te verdrijven liet Willem van Oranje de gebieden Rijnland, Delfland en Schieland onder water zetten. Toen het water de Spanjaarden letterlijk tot aan de lippen reikte, bliezen de troepen de aftocht en was Leiden voor de tweede maal ontzet.
Hierna bleef het decennia lang rustig, zodat de zwaar gehavende stad en haar door overstromingen getroffen achterland, weer enigszins konden herstellen.

Een Vlaardingse held: Jacob van der Windt

In de laatste van de vier Engelse Oorlogen (1780-1784) speelt de Vlaardingse schipper Jacob van der Windt een heldhaftige rol. In 1781 trekt hij er met zijn hoeker op uit om de Vlaardingse en Maassluisse vloot te waarschuwen, met als gevolg dat de meeste schepen weer veilig de thuishavens binnenlopen. Ondanks het nog tot mei 1784 durende conflict , komt de visserij in 1782 weer op gang.

Patriotten en prinsgezinden

Als gevolg van de Franse Verlichting verandert de tijdgeest, ook in Holland. Burgers pikken het autoritaire en corrupte gedrag van de regenten en de conservatieve Oranjes niet meer. Ze eisen openheid en democratie. Het conservatieve merendeel van de bevolking, de boeren en vissers, neemt het echter op voor de Oranjes.
Van lieverlee, nadat een aantal Vlaardingers ‘patriot’  is geworden, verscherpt het conflict. In 1785 bewapent een groep patriotten zich in een soort vrijcorps dat de orde in de stad  moet handhaven en bescherming aan de burgerij moet bieden. Naast oefenen op de speciaal aangelegde schietbaan op de touwbaan achter de Baansteeg, wijkt het gezelschap na gedane arbeid veelal uit naar herberg ‘De Buys’ (het huidige café Concordia op de hoek Rijkestraat/Westhavenkade). Daar komen de patriotten bij elkaar om wat te drinken na hun patrouilles. Belaagd door een groep geïrriteerde kuipers en vissers, werd de ‘Kezen’ een ‘Oranjegezind’ lesje geleerd. Hierbij werd flink gejoeld en gescholden en bovendien werden ruiten ingegooid bij patriotten, maar tot bloedvergieten, zoals in andere steden, kwam het hier niet.
Het doel van de patriotten was om het bestuur van de stad over te nemen. En toen op 14 september 1787 het zogenoemde ‘Burgerleger’ naar Vlaardingen kwam om hen te helpen, zagen ze hun kans schoon.
Samen met dat legertje van 618 man, 4 marketentsters en 196 paarden, trokken de Vlaardingse patriotten naar het hof van ambachtsheer Pieter van Leyden.
Daar kregen ze het voor elkaar dat een aantal leden van de vroedschap aftrad om plaats te maken voor patriotten. Ook nu ging alles zonder bloedvergieten omdat de ambachtsheer eieren voor zijn geld koos.
De omwenteling zou van korte duur zijn. Een dag eerder was juist het Pruisische leger, 20.000 man sterk, onder leiding van koning Frederik Willem II de Nederlanden binnengevallen om zijn zus Wilhelmina die met stadhouder Willem V was getrouwd, te helpen. De aanleiding tot deze hulpactie was het feit dat Wilhelmina drie maanden eerder bij Goejanverwellesluis, enkele dagen was vastgehouden door de patriotten.
Met de nieuwe stadsregeringen, ook in Vlaardingen, was het toen snel gedaan. Veel patriotten vluchtten naar Zeeland, België en Frankrijk en de rust werd hersteld.

De Franse tijd

Maar niet voor lang. In het kielzog van het Franse leger dat de idealen van de Franse Revolutie wil verspreiden, keren zij terug in Vlaardingen. Het stadsbestuur moet wijken, de drie vaandels van de schutterij worden opgeheven en een ‘comité révolutionair’ voert de leiding over de stad.
Het is 'liberté, egalité' en 'fraternité' wat de klok slaat. Tót het moment dat Napoleon aan de macht komt en zijn tegenstanders, waaronder Engeland, de oorlog verklaart.
De zeeblokkade, die erop gericht is de Engelsen uit te hongeren, is voor de Vlaardingse vissersbevolking een ramp. Tussen 1795 en 1814 nemen de Fransen acht koopvaardijschepen en maar liefst 158 vissersschepen in beslag. Maar ook aan de Franse overheersing komt een eind en al snel na de verbanning van Napoleon naar Elba, hangt de Oranjevlag alweer fier te wapperen aan het bordes van het stadhuis.

België wordt de les gelezen….

In 1830 kijken de Vlaardingers op bij het horen van de tijding dat België zich wil afscheiden van Nederland. In het leger (ongeveer 2000 man) dat de Belgen in september en oktober 1830 weer tot de orde wilde roepen, vechten 55 Vlaardingers mee. Hierbij kwam één Vlaardinger, Arij Willem van Leeuwen, om het leven toen de kanonneerboot van Jan van Speyk op 5 februari 1831 opgeblazen werd door de gezagvoerder zelf. Met deze wel heel rigoureuze maatregel voorkwam Van Speyk zonder twijfel in ieder geval dat het schip met bemanning en al in handen van de afgescheiden Belgen zou vallen.
Een lichtbaak op het Oosterhoofd herinnert aan deze dramatische gebeurtenis.
De dreiging van betrokkenheid in de Frans-Duitse oorlog, in het jaar 1870, levert Vlaardingen een nieuw korps scherpschutters op, de Vlaardingsche Vereeniging ‘De Eendracht tot vrijwillige oefening in den Wapenhandel’. In actie hoefde het echter nooit te komen.

De Eerste Wereldoorlog

De moord op de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Frans Ferdinand had grote gevolgen. Deze luidde het begin in van een oorlog waarbij veel landen betrokken waren: de Eerste Wereldoorlog. Ook Nederland staat op scherp en mobiliseert haar troepen bij de grenzen om zo neutraal te blijven. Door de strategische ligging van Vlaardingen doet de haven dienst voor de verscheping van allerlei soldaten die tijdelijk onder worden gebracht in scholen. De vissersvloot die op zee is, keert spoorslags terug naar de haven en kan niet meer uitvaren door het oorlogsgeweld dat overigens al eerder twee Vlaardingse schepen had gekost. De stad wordt getroffen door grote armoede. Een affiche van de op 4 augustus 1914 in het leven geroepen Commissie van BijstandIn 1917 is het grootste deel van het aantal personen dat werkzaam in de visserij was, werkeloos. De armoede belette veel inwoners echter niet om de gevluchte Belgen op te vangen die, dwars door de vuurlinie heen, uitgeput en gehavend ook in onze stad aanbelandden.
Alhoewel Nederland in deze oorlog neutraal bleef, waren de economische gevolgen en de persoonlijke verliezen aanzienlijk. Ook Vlaardingen had veel te lijden. Het Vissersmonument aan de Koningin Wilhelminahaven herinnert ook aan de vele, in deze periode omgekomen vissers.
De Vrede van Versailles, die een eind aan de oorlog maakte, belooft; 'nooit meer oorlog'! De oprichting van een Volkerenbond moet Europa voor een volgende wereldwijde oorlog behoeden. Maar of dat lukt.....?

De Tweede Wereldoorlog

De vredesbeweging, die zich met duizenden aanhangers in de jaren '30 manifesteert tegen de oplopende spanningen binnen Europa, heeft niet het beoogde resultaat, namelijk de bevolking wakker schudden. 'Het zal allemaal wel loslopen', dachten de meesten. Dat deed het niet. Met de inval van Duitsland in Polen was de Tweede Wereldoorlog een feit.Grote schade na een bominslag op de Verbindingsweg, nu Korte Hoogstraat (1940)

Op 10 mei, in de vroege ochtend, schrikken de bewoners van de Kortedijk wakker door enkele bommen. Op het terrein van de Nieuwe Matex stort een Nederlands jachtvliegtuig neer dat door de Duitsers uit de lucht was geschoten en de topedobootjager ‘Jan van Galen’ wordt geraakt en loopt averij op. Het is dan tóch zover gekomen. Het is oorlog, ook in Vlaardingen.
Een sirene op de toren van de Grote Kerk, een schuilkelder en een schuilloopgraaf moeten voor wat bescherming zorgen voor de inwoners. Men plaatst afweergeschut bij de boerderij van dokter Moerman aan de Broekweg om de industrie bij Pernis te beschermen. Na het bombardement op Rotterdam, vier dagen later, valt Nederland in handen van de bezetter.

De eerste Nederlandse verzetsgroep

Diezelfde maand nog neemt de Schiedammer Bernard IJzerdraat het initiatief om een verzetsbeweging op te richten, die hij ‘De Geuzen’ noemt. Al snel ontstaat er een groot regionaal netwerk waar zich ook een groot aantal Vlaardingers bij aansluit, waaronder Arij Kop. De op dit gebied nog geenszins door de wol geverfde Geuzen krijgen nog in datzelfde jaar de rekening gepresenteerd. De Duitsers pakken in hoog tempo de één na de andere Geus op en voeren ze af naar het zogenaamde ‘Oranjehotel’, de gevangenis in Scheveningen. Vijftien Geuzen en drie Februaristakers worden gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte en 157 anderen van de groep belanden in concentratiekamp Buchenwald. Ondanks dit drama blijft een aantal Vlaardingers weerstand bieden aan de vijand; door het bieden van onderdak aan joden, door het laten drukken van een illegaal verzetsblad en door diverse andere sabotageacties. Zij moeten constant op hun hoede zijn voor de verraders en collaborateurs die zich óók onder de Vlaardingse bevolking bevinden. Voor de vissers is er geen werk, de vloot is nagenoeg geheel door de Duitsers gevorderd.  Mannen van 18 tot 35 jaar lopen het risico om in de Duitse oorlogsindustrie tewerkgesteld te worden. Gedurende enkele jaren moeten de familieleden van zo’n 750 jonge mannen het zonder hun man, zoon of broer doen.

Alhoewel Vlaardingen  de oorlog redelijk door is gekomen, heeft het, naast de materiële schade door diverse bombardementen, flink wat persoonlijke verliezen geleden. Meer dan vijfhonderd Vlaardingers maakten de - na de desolate hongerwinter meer dan welkome - bevrijding op 5 mei 1945 niet meer mee.

Reacties