Direct naar navigatie

Jeugd en Onderwijs

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1000 - heden, Thema's: Jeugd en onderwijs

Gehoorzaam aan je ouders, aan de meester op school en aan je baas. Voor een politieagent liep je een straatje om en je kreeg grote heibel met de dominee of pastoor als je je niet aan de regels van de kerk hield! Tot eind jaren vijftig van de vorige eeuw gedroegen jongeren zich over het algemeen zoals er van hen verwacht werd…..

Voor volwassenen had je ontzag en als je je als kind in een gesprek mengde, kreeg je te horen ‘als grote mensen praten, moeten kindertjes hun mondjes houden!’. Kinderen zagen eruit als kleine volwassenen, met - in onze ogen-  ouwelijke kleding en zorgelijke gezichtjes. Speelgoed zoals wij dat kennen was er niet of nauwelijks. Jong volwassenen, de pubers van toen, moesten het helemaal maar zelf uitzoeken. Van enig georganiseerd vermaak voor deze doelgroep was geen sprake. De jeugd had geen eigen identiteit.

Stankprotest van middelbare scholieren, op 13 oktober 1970 (foto Ton den Haan)Vanaf de jaren zestig kwam er verandering in het volgzame, enigszins gezapige gedrag van de jeugd. Gezag werd iets waar je tegenaan kon schoppen en geloof iets wat je ter discussie kon stellen. Bob Dylan zong in het begin van de jaren ’60  ‘The times, they are a-changin’. En dat was ook zo; nooit zou het meer worden als vroeger.
Jongeren kregen hun eigen muziek, kleedden zich op hun eigen manier en vochten voor meer vrijheid en inspraak.

Onderwijs

Wat niet verandert, is het gegeven dat de jeugd gevormd moet worden. Onderwijs was en is nog steeds een hot item. Pedagogische centra en andere instellingen ontwikkelden eind jaren zestig nieuwe leerstijlen en werkvormen. Overigens, al decennia eerder hadden pedagogen als Steiner, Boeke en Montessori pogingen tot vernieuwing ondernomen.
Vóór die tijd was leren vooral een kwestie van het verwerven van kennis die in hoofden en boeken van anderen zat. Een passief gebeuren dus dat totaal niet anticipeerde op veranderingen in maatschappij en cultuur.

Eerste school

De eerste aanwijzingen die in Vlaardingen duiden op een gestuurde aanpak van kennisoverdracht dateren van 1442. In dat jaar stelt de landsheer, hertog Filips van Bourdondië, een koster in de Grote Kerk aan, die hij toestaat om een schooltje te beginnen. Helaas is het hoe en waarom evenals de weerslag ervan verloren gegaan in de grote stadsbrand van 1574. Pas in 1657 is er weer sprake van enige vorm van onderwijs en verrijst de eerste stadsschool, in een aanbouw tegen de Grote Kerk. Toen in Het schoolgebouw op de hoek van de Schoolstraat en de Markt waarin de Stadsschool gevestigd was1665 de noordbeuk aan de kerk werd gebouwd, moest het schooltje de wijk nemen naar een pand op de hoek van de Markt en de Schoolstraat (dit pand is in 1954 gesloopt ten behoeve van de uitbreiding van het stadhuis).
Het schoolreglement van 1730 geeft een aardig beeld van hoe het er in die tijd aan toe ging. Alle kinderen zaten bij elkaar in een lokaal en kregen na de christelijke opening van de les een opdracht die die dag overhoord werd. Voor de leesles werden godsdienstige teksten en bijbelverhalen gebruikt. Voor de ouders die de twee stuivers lesgeld niet konden betalen, restte er maar een ding; hun kind de helft van de tijd thuishouden of het uit werken te sturen. Daardoor stond ook meesters salaris niet vast, leerplicht was er immers nog niet…..! Om de financiële nood van Anthony Buyteweg, van 1731 tot 1777 onderwijzer op de Stadsschool, te lenigen, hoefde hij van het stadsbestuur geen huur voor zijn dienstwoning te betalen en geen dienst te nemen in de schutterij van de stad. Doordat hem allerlei klusjes werden gegund, kon hij zijn variabele loon bijspijkeren.

Toename van het aantal scholen

Na 1795, het ontstaan van de Bataafse Republiek, neemt de invloed van kerk en stadsbestuur op het onderwijs af. De Verlichting ziet het verstand als een bron van kennis, waar -door middel het geven van goed onderwijs-  iedereen zijn voordeel mee kan doen. Als gevolg van het instellen van allerlei nieuwe wetten krijgt de overheid steeds meer grip op het onderwijs. In 1815 wordt een onderwijscommissie in het leven geroepen die in de gaten moet houden of er volgens de nieuwe regels onderwijs wordt gegeven. Zo moet een schoolmeester over ervaring beschikken en een voorgeschreven lesrooster volgen. De klassen worden ingedeeld naar leeftijd en vaardigheid en het gedrag van vervelende en/of luie leerlingen wordt genoteerd.
De staatsbemoeienis werpt haar vruchten af wat in het jaar 1816 resulteert in het respectabele aantal van zeven scholen, inclusief een armenschooltje!

Bijzonder onderwijs

Het bijzonder (lager) onderwijs krijgt door de nieuwe grondwet in 1848 volop de ruimte. Na een flinke strijd tussen de roomsen en protestanten aan de ene kant en de overheid aan de andere kant over de bekostiging van deze inmiddels opgerichte scholen, komt in 1917 met succes een eind. Zo kon de christelijke opvoeding van menig kind, arm of rijk, op school gewoon doorgaan.

Schoolverzuim

Het probleem van het al sinds jaar en dag voorkomende schoolverzuim wordt eerst met het ‘Kinderwetje’ van Van Houten (1874) aangepakt en in 1900 uitgebreid met een algehele leerplicht voor kinderen tot 12 jaar. In de loop der jaren is de leerplicht uitgegroeid tot de huidige norm van 16 jaar. Een speciale commissie, de Commissie tot Wering van Schoolverzuim, zorgde voor het signaleren en de aanpak van dit grote probleem. Vaak was de armoedige gezinssituatie de oorzaak. De oudste kinderen pasten op de kleintjes, moesten het inkomen van de ontbrekende vader vervangen of hadden gewoon geen schoenen om op naar school te gaan!

Voortgezet en beroepsonderwijs

In 1831 ontstaat er behoefte aan een uitgebreidere vorm van onderwijs; het leren van vreemde talen en wiskunde maar ook het leren naaien, handwerken en borduren. De naar aanleiding hiervan opgerichte particuliere school – die overigens om allerlei redenen van hand tot hand gaat - wordt door de nieuwe onderwijswet in 1857 door de gemeente overgenomen. De eerste ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs)-school is geboren. In de eerste helft van de 20e eeuw komt daar nog een aantal (beroeps-)scholen, zoals de Visserijschool, de Handelsavondschool ‘Kennis is Macht’, de Ambachtsschool alsook de Christelijke H.B.S. (Hogere Burger School) bij. Het Schiedamse Gymnasium is slechts voor enkele kinderen uit de hogere sociale milieus weggelegd. Wie immers 'voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje.....'!
De ontwikkeling zet zich door. In de tweede helft van de 20e eeuw volgen onder andere nog de Chr. Huishoudschool, het Gemeentelyceum, het Groen van Prinstererlyceum, het College VOS (Vlaardingse Openbare Scholengemeenschap) en de St.Jozef-Mavo.

Tegenwoordig is het Groen van Prinstererlyceum onderbracht bij de Lentizgroep en gaat het verder onder de naam Lentizcollege, locatie Groen van Prinsterer. Hier kunnen leerlingen kiezen uit VMBO, HAVO, VWO, Gymnasium en TTO (tweetalig onderwijs). Ook is er een VMBO-afdeling gevestigd op het Geuzenplein. Het College VOS biedt op vier verschillende locaties, te weten Claudius Civilislaan, Korhoenlaan, Koninginnelaan en Utrechtlaan dezelfde mogelijkheden. De Christelijke H.B.S is Groen van Prinstererlyceum geworden, de Huishoudschool, de Ambachtsschool, de Visserijschool en de Handelsavondschool zijn al lang verleden tijd.

 

 

Reacties