Direct naar navigatie

Tijd van ontdekkers en hervormers 1500-1600

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Thema's: Oorlog, Visserij, Strijd tegen het water, Geloof

De 16e eeuw kenmerkt zich door religieuze conflicten. Protestanten verwijten de rooms-katholieke kerk corruptie en machtswellust. Calvinistische 'ketters' verwoesten tijdens de Beeldenstorm de interieurs van veel kerken. De 'Opstand', die men later de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) zal noemen, begint. Hoe vergaat het Vlaardingen in die roerige tijden ....?

'Vlaerdingen' omstreeks 1570, vlak voor de grote stadsbrand. De maker van deze kaart is Jacob van Deventer

De visserij

Al in de 14e eeuw drijft de economie van Vlaardingen op de scheepvaart, aanvankelijk in hoofdzaak op de koopvaardij. De visserij speelt in mindere mate een rol. Vanaf de 15e eeuw echter wordt de visserij steeds belangrijker, zodat ze uiteindelijk de hoofdbron van inkomsten wordt. In 1500 echter heeft de visserij veel te lijden. De zee is onveilig door kapers en oorlogen. Haringbuizen en koopvaardijschepen varen zoveel mogelijk onder gewapend geleide. In 1563 zijn er twee haringbuizen in de vaart.

Positie als stad in het geding

Ondanks de verwerving van stadsrechten, in 1273, wordt Vlaardingen nog steeds als een stukje 'platteland' gezien. Dat blijkt uit het proces dat de Vlaardinger Hans die Cuyper tegen zich aangespannen kreeg door de steden Amsterdam, Leiden, Delft en Dordrecht, nadat hij een brouwerij in Vlaardingen had opgericht. Een eerder uitgegeven plakkaat van Karel V verbood immers om op het platteland nieuwe brouwerijen, weverijen en dergelijke typisch in besloten steden uitgeoefende neringen op te richten. Die verordening maakte het voor de steden mogelijk om in economisch opzicht het platteland te overheersen. De uitspraak van de Grote Raad van Mechelen over het plakkaat schept duidelijkheid; Vlaardingen is een stad, een kleine weliswaar, waar in het jaar 1555 261 poorters wonen. Ondanks dit geringe aantal inwoners telt Vlaardingen maar liefst vier herbergen.

Malaise

Het gaat niet goed met Vlaardingen. Er zijn weinig inkomsten uit de visserij en de geheven belasting (de tiende penning) maakt de economische toestand er niet beter op. De stad en wijde omgeving worden ook regelmatig getroffen door overstromingen. In maart 1551 dienen de Vlaardingers Cornelis Adriaensz. en Adriaen Claesz. bij dijkgraven en hoogheemraden van Delfland een plan in voor het bekaden van het zogenaamde buitenland aan de zuidwestzijde van Vlaardingen (de betreffende dijk kennen we nu nog als de Vetteoordskade).

Heel Vlaardingen in as

Tijdens de 'Opstand'  treft Vlaardingen in 1574 een ramp waardoor de opgebouwde welvaart in één klap wordt vernietigd: de stad wordt door de Geuzen vrijwel volledig in de as gelegd. Een fantasieprent van de grote stadsbrand die in 1574 vrijwel het hele stadje in de as legde. Reproductie naar een pentekening door Octave de Coninck
Het duurt jaren voordat Vlaardingen deze tegenspoed te boven is. De stad dreigt wederom tot een onbelangrijk dorp te vervallen, omdat vele inwoners die voor de Spanjaarden vluchten, niet meer terugkeren.

Nieuwe ambachtsheer

Jean de Ligne ziet in 1582 zijn goederen verbeurd verklaard, omdat hij tijdens de Opstand de zijde van de Spanjaarden koos. Pieter Gerritsz. van Ruytenburch, een koopman uit Amsterdam, volgt hem op en laat oostelijk van de haven een landhuis bouwen, omringd door een fraaie tuin, Het Hof.

 

Reacties