Direct naar navigatie

De Vergulde Hand in de Midden-IJzertijd

Door: Vlaardings Archeologisch Kantoor, Periode: 3000 v. Chr. - 499, Thema's: Dagelijks leven

Ulco Glimmerveen maakte in opdracht van het Vlaardings Archeologisch Kantoor een impressie van de bewoning en het landschap aan het einde van de Midden-IJzertijd (circa 250 voor Chr.) op de locatie die we nu kennen als ‘De Vergulde Hand’.

De nederzetting, de dieren en het landschap zijn gebaseerd op de vondsten die de Vlaardingse archeologen daar in 2005 in vondstzone 9 deden.

De locatie 'Vergulde Hand' rond 250 voor Chr. Illustratie: Ulco GlimmerveenLinks vooraan ligt het nederzettingserf met daaromheen intensief en extensief gebruikte zones zoals akkers, weiden en woeste gronden. Eigenlijk kent het landschap drie zones. Het eerste is zeer sterk antropogeen beïnvloed en betreft het woonerf. De tweede zone is intensief gebruikt voor akkers en weiden en is bijgevolg ook sterk antropogeen beïnvloed. De laatste zone omvat de woeste gronden die mogelijk ook deels zijn gebruikt voor extensieve begrazing. Het tafereel van deze vogelvlucht speelt zich af in de lente, ongeveer in de tweede helft van mei. Het landschap is dus weer groen en op de hoger gelegen plaatsen droog. Over de nederzetting vliegt een roodkeelduiker. Van dit dier zijn enkele botjes gevonden tijdens de opgraving.

Zicht op een woonstalhuis met moestuin. Illustratie: Ulco GlimmerveenOp het woonerf is links een woonstalhuis zichtbaar, waarvan het stalgedeelte schuilgaat achter de rookpluim. Het gebouw is tweebeukig en heeft een schilddak, overhellende dakvoet en rechtop geplaatste en schorende buitenstijlen. Dit geldt overigens ook voor de andere grote gebouwen op het woonerf. Het woongedeelte van dit woonstalhuis is ruim vijf meter breed en bijna zeven meter lang. De korte buitenwand heeft een afgeronde vorm. Tegen de kopse kant van de boerderij staat een wand van vlechtwerkhorden, dat vermoedelijk functioneerde als windscherm. Een klein pad leidt naar een langwerpige schuur schuin achter het woonstalhuis. Ongeveer halfweg elke lange zijde van dat gebouw zit er een ingang. De wanden aan de kopse zijden van de schuur zijn afgerond.

Rechts van deze schuur staat een spieker voor de opslag van gewassen. Het gebouwtje is 2,5 bij 3 meter groot en heeft vier hoek- en wandstijlen en een centrale vloerstijl. Een spieker heeft een verhoogde vloer, zodat de opgeslagen gewassen geen last hebben van het grondwater of van ongedierte. De afsluitende buitenwanden staan op dit vloerplatform.

Bouw van een woonstalhuis uit de Midden-IJzertijd. Illustratie: Ulco GlimmerveenAan de rechterzijde van het woonerf is een nieuw woonstalhuis bijna voltooid. De bewoners leggen de laatste hand aan het dak en de vlechtwerkwanden. Twee mensen slepen nog een kapspoor aan. Tegen de achterzijde van de boerderij is een ongeveer vier meter lange, half open schuur aangebouwd. Met dit schuurtje erbij is het gebouw ruim zeventien meter lang en bijna vijf meter breed. De ingangen bevinden zich ook hier ongeveer halverwege de lange zijden. Langs de kleine paden die over het erf lopen, zijn een paar resten van oudere bouwwerken zichtbaar. Zo staan vlak bij de nieuwe boerderij nog vier hoekstijlen en wat stuthout van een verlaten spieker. Meer naar het oude woonstalhuis liggen de resten van een tweede spieker die ook al geruime tijd in onbruik is. Alleen de stompen van de vloer- en wandstijlen staan hier nog overeind.

Om in hun levensonderhoud te voorzien, verbouwen de bewoners ondermeer koolzaad, doperwt, snijbiet, selder, andijvie en kruiden in de moestuin die achter het oude woonstalhuis ligt. Net zoals vandaag de dag groeien er ook onkruiden zoals melkdistel en vogelmuur. En bij elke goede moestuin hoort natuurlijk een mesthoop. Om de groenten en kruiden te beschermen tegen de vrij rondlopende varkens, schapen en koeien, is er een hek rond de moestuin geplaatst. Een kleine poel op het woonerf voorziet in drinkbaar water voor de bewoners van de nederzetting en het vee. Op de plaats waar zij hun water halen, zijn de moerasplanten en het riet verdwenen.

Raatakker op de Vergulde Hand. Illustratie: Ulco GlimmerveenEmmertarwe, broodtarwe, gerst, vlas en mogelijk spelt verbouwt men op de raatakkers die buiten het erf liggen. Rondom deze min of meer blokvormige veldjes (circa 20-40 m in doorsnede) liggen kleine paadjes. Op sommige akkertjes groeien al gewassen, terwijl andere nog bewerkt worden. De akkertjes die dit jaar niet gebruikt worden, zijn overgroeid met onkruid, levermos en houwmos. Een lage, deels begroeide heuvel tussen de braakliggende akkers en de akkers in bewerking, is een stille getuige van een verlaten woonstalhuis. De boerderij is minder dan 35 jaar verlaten, maar toch schiet er niet meer over dan enkele paalstompen. Oorspronkelijk was het gebouw zeker vijftien meter lang en bijna vijf meter breed. Het voormalige erf van de boerderij zal nu worden omgewerkt tot akker. Hier heeft dus een intensief gebruikte zone een andere bestemming gekregen.

Het landschap rond het woonerf en de akkers gebruiken de boeren om hun vee te laten grazen. Toch zijn er kleine nuances merkbaar. De oude en verlaten akkers ten noordwesten van het huidige akkerareaal wordt redelijk intensief gebruikt als weideland. De vegetatie is hier anders dan op de verruigde natte graslanden meer naar het westen en het zuiden. Het is ruiger, meer moerasachtig en minder afgegraasd dan in de andere delen van de weide. De andere graslanden worden regelmatig begraasd. Er staan nagenoeg geen bomen en kriskras door het landschap lopen kleine wegeltjes die gemaakt zijn door het passerende vee. De verschillende poelen en kleine plassen in de uitgestrekte weide staan een groot deel van het jaar vol met water en zijn ideale drenkplaatsen voor het vee. Vanuit het woonerf loopt een breder pad richting het zuiden. Net voor de hoogveenbult waar nu een kudde koeien graast, buigt het snel smaller wordende pad af. Een boer leidt zijn kudde schapen over het pad richting de weide.

Het landschap in de omgeving van de Vergulde Hand rond 250 v. Chr. Illustratie: Ulco Glimmerveen.De weidegronden gaan langzaam over in zogenaamde woeste gronden. Deze gebieden liggen wat lager en zijn natter dan het meer noordelijk gelegen gedeelte waar de mensen wonen. Kleine kreken snijden zich er in het landschap. De vegetatie bestaat uit varens, riet, grassen, soorten uit voedselrijke oever- en moerasvegetaties en elzenbroekbos. In de verte is nog net de Oude Maas te zien met de omringende slikwadden.

Reacties