Direct naar navigatie

Westhavenkade 71-73

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1900 - heden, Thema's: Visserij, Handel en industrie

Menige Vlaardinger heeft er ooit zijn of haar eerste meubels gekocht. Jarenlang was de meubelfabriek van Bram Sprij, gevestigd in drie monumentale panden aan de Westhavenkade, een begrip. Maar is ze ooit als meubelfabriek gebouwd?

Jagerijpakhuis en rederskantoor

De panden aan de Westhavenkade nrs. 71, 72, 72a en 73 zijn beter bekend als ‘het pand van Sprij’. Het pand met huisnummer 71 werd in 1912 op de plaats van het vroegere ‘Jagerijpakhuis’ gebouwd als kantoor en pakhuis voor rederij De Zeeuw en Van Raalt. De architect van het voor die tijd moderne pand, was de Vlaardinger A. Maarleveld Az.. De eveneens uit Vlaardingen afkomstige beeldhouwer Govert van Brandwijk is de maker van de hardstenen gevelsteen die boven de ingang zit . Deze steen vervangt de oorspronkelijke, die dateert uit 1673. Op de gevelsteen van Van Brandwijk is een zeilend hoekerschip afgebeeld met de tekst ‘1673/De Jagerij/1912’. Zo blijft de herinnering aan de jagerij, ooit onmisbaar voor de haringvangst, voor altijd levend.

De grote panden waar ooit de meubelfabriek van Bram Sprij in gevestigd was, is beeldbepalend voor de Westhavenkade ter hoogte van de prinses Julianabrug
Meubelfabriek Bram Sprij

Nadat de visserij uit het stadsbeeld verdwenen was, werden de panden voor andere doeleinden in gebruik genomen. Zo kwamen zij in het bezit van Bram Sprij, die met zijn meubelfabricage in 1932 begon in de Bleekstraat. Na een verwoestende brand in zijn latere fabriekspand aan de Koningin Wilhelminahaven, betrok hij in 1940 de panden aan de Westhavenkade 71-73.
De productie vond vanaf 1964 buiten Vlaardingen plaats, maar het kantoor, de showroom en de vervaardiging van speciale meubelen en betimmeringen bleven in Vlaardingen gevestigd.
Op ingang nummer 71 zaten de kantoren. Op het dak stond de naam SPRIJ, die alleen vanuit de lucht leesbaar was.

Het pand ernaast, met de huisnummers 72 en 72a, was in 1938 oorspronkelijk nog een pakhuis met tuitgevel. Daarna is er tussen de beide buurpanden in gebouwd. In de tijd dat de meubelfabriek er gevestigd was, bestond het pand uit drie woonhuizen.

Het pand Westhavenkade 73 dateert van 1915 en is oorspronkelijk als dubbel rederijpakhuis gebouwd in opdracht van de firma Hoogendijk en Vriens. Ook van dit pand was Maarleveld de architect. De aannemer was H. Spuybroek. Ten tijde van Sprij woonde hier de familie Van Rijswijk, die er tevens een dansschool had.

Persoonlijk commentaar

De heer P.J. Magnée, een lezer van de website, gaf het volgende, persoonlijke commentaar op deze panden. De overige informatie via hem verkregen, zit in bovenstaand artikel verwerkt.

“Mijn grootvader, P.J. van Mullem, was medeoprichter en jarenlang bedrijfsleider van voornoemde meubelfabriek. Hij woonde op nummer 72b. Van de vier woonlagen was de eerste verdieping jarenlang in gebruik als stoffeerderij. Later is de stoffeerderijruimte toegevoegd aan de toonzalen.
Op 72c woonde de familie Langendam – binnenhuisarchitect van Sprij – en op de bovenste verdieping, op 72 d, woonde de familie Bracco Gartner, die eigenaar was van een manufacturenwinkel op de Hoogstraat (waar nu het Liesveldviaduct loopt).
Meubelfabriek Sprij is begonnen in een pand op de Koningin Wilhelminahaven. Voor de Tweede Wereldoorlog is het volledig afgebrand. Na de bouw van nummer 72 verhuisde de meubelfabriek naar de Westhavenkade. In de Bleekstraat, waar zich nu een parkeerterrein bevindt, had hij een tweede fabriek.
Achter het nu nog bestaande pand aan de Westhavenkade bevond zich een diepe fabriek met meerdere gebouwen. Helemaal achterin was de zagerij waar een deur toegang gaf tot de achterliggende touwbaan. In de oorlog is daar dankbaar gebruik van gemaakt voor het overbrengen van onderduikers, piloten en voedsel.
Ook in Klundert bezat de firma Sprij een fabriek. Hier werden de gekochte bomen in planken gezaagd. Die planken kwamen met binnenvaartschepen naar de Vlaardingse haven, waarna ze werden overgebracht naar opslagruimten in de openlucht om ‘uit te werken’. Mijn grootvader reisde heel Europa af om bomen te kopen. Al het hout moest alvorens te kunnen worden gebruikt, met een detector nagekeken worden op bom- en granaatscherven.
De drie woonhuizen boven de fabriek deden jarenlang dienst als toonzaal. Potentiële klanten konden kiezen uit drie stijlen. Het kwam vaak voor dat meubels van mijn grootouders verkocht werden omdat een klant haast had. Dat gaf niet, want de fabriek leverde wel weer nieuwe.
Ik bezit nog boeken van mijn grootvader waar de houtlucht nog vanaf komt”.

[Bronnen: Bert van Bommel, Binnenstadsonderzoek Vlaardingen en Jonge Monumenten]

     

Reacties