Direct naar navigatie

Nederzettingsmodel getoetst aan De Vergulde Hand-West

Door: Vlaardings Archeologisch Kantoor, Periode: 3000 v. Chr. - 499, Thema's: Dagelijks leven

Wetenschappers gebruiken in hun onderzoek vaak een model. In het model is de kennis van voorgaand onderzoek samengevat. Het model geeft weer wat de onderzoekers verwachten. Het model helpt ook om de nieuw verkregen onderzoeksresultaten te interpreteren. Ook in het archeologisch onderzoek op locatie De Vergulde Hand-West is een model gebruikt: het nederzettingsmodel.

Het nederzettingsmodel. In het midden het erf met het woonhuis. De exploitatiezone intensief gebruikten de mensen voor akkerbouw en veeteelt, de exploitatiezone extensief voor het weiden van (groter) vee, jacht en visserij.

Model

In het model bestaat de nederzetting uit de boerderij en het erf van een familie van gemiddeld zes personen, met bijbehorende akkers en velden. De verschillende generaties van die familie vormen samen de familiegroep. Iedere generatie van de familie bouwt haar huis en erf op een andere plaats in de akkers en weiden van de nederzetting. Rond de nederzetting ligt de ‘wildernis’. De nederzetting vormt samen met een deel van de wildernis het leefgebied van de familie. De verschillende families in de Aalkeet-Binnen- en -Buitenpolders vormen samen de lokale groep. Voor het onderzoek in De Vergulde Hand-West zijn intensieve en extensieve exploitatie twee sleutelbegrippen. Het onderscheid is gradueel. Extensieve activiteiten zijn activiteiten waarbij doorgaans een klein aantal mensen is betrokken die nauwelijks tot geen archeologische sporen hebben achtergelaten. Voorbeelden hiervan zijn jacht, visserij, houtkap en veehouderij. Meestal zijn dit activiteiten in de wildernis, gebieden waar men niet het hele jaar woonde. Bij intensieve activiteiten als wonen, akkerbouw en bepaalde vormen van veehouderij zijn doorgaans veel mensen voor een langere tijd in het jaar betrokken. Deze laten doorgaans ook veel archeologische sporen na. Met dit model in de hand keken de archeologen naar de resultaten van het onderzoek op locatie De Vergulde Hand-West.

Eigen keuzes in plaatsbepaling

Archeologen willen graag weten hoe de families kwamen tot de plaatsbepaling van de belangrijkste intensieve activiteiten en exploitatiezones als het huis en erf, de akkers en de weidegebieden. Uit het onderzoek op De Vergulde Hand-West blijkt dat niet alleen de eigenschappen van het landschap en milieu bepalend zijn geweest. De lokale groep had zelf ook verregaande invloed op de locatiekeuze. De mensen lieten zich niet uitsluitend leiden door landschappelijke overwegingen en milieuomstandigheden. Onderlinge afspraken, tradities en visies zullen ongetwijfeld een belangrijke rol hebben gespeeld in de keuzes die de mensen maakte in het gebruik van het landschap. Deze abstracte zaken zijn voor archeologen moeilijk te onderzoeken. In elk geval lijkt het er sterk op dat de families samen actief de inrichting van het cultuurlandschap bepaalden. 

Twee families claimden in de ijzertijd het land. Ze herbouwden hun boerderijen keer op keer in hetzelfde gebied.

Twee families claimen land

De onderzoekers hebben sterke aanwijzingen dat twee familiegroepen in de ijzertijd en Romeinse tijd het land claimden. Deze claims zijn blijven bestaan, terwijl het landschap en de wijze waarop het werd benut en ingericht in deze tijd veranderden. De twee families verplaatsten in de ijzertijd gedurende 100 jaar hun boerderijen binnen een min of meer vast omlijnd gebied. In de Romeinse tijd is dit patroon van zwervende erven verdwenen. Dan ligt één erf of mogelijk liggen twee erven in het gebied. Het huis is herbouwd binnen die erven. Het erf blijft ongeveer 100 jaar bewoond. De archeologen vragen zich af hoe deze landclaims gedurende die lange tijd in herinnering zijn gebleven. Vooralsnog hebben zij daar geen antwoord op gevonden.

Akkers niet naast de nederzetting

Een belangrijke ontdekking van de archeologen is dat de lokale groep in de middenijzertijd, buiten de voor huisplaatsen geclaimde stukken land, nog andere zones voor akkerbouw inrichtte. Uit het onderzoek blijkt dat akkerbouw vooraf gaat aan en volgt op bewoningsfasen. Men woonde tijdens die fasen kennelijk elders. Het demografische onderzoek wijst ook uit dat akkerland tijdens de bewoningsfase in andere delen van de delta moet zijn gebruikt. Uit de berekening van de bewoningsdichtheid blijkt immers dat de economische draagkracht van de omliggende venen simpelweg niet toereikend was.

Luchtfoto van één van de ijzertijdboerderijen die opgegraven is op De Vergulde Hand-West. De boerderij is met groene lijnen aangegeven, in blauw de paden die er naar toe liepen. (Foto: Roel Dijkstra)

Het model op de schop

Het nederzettingsmodel komt overeen met de resten van de nederzettingen die de archeologen aantroffen op De Vergulde Hand-West. De nederzetting vormt een eenheid van een familie, en in een gebied liggen nederzettingen naast elkaar, gescheiden door een natuurlijke of afgesproken grens. Wat anders is aan de nederzettingen op De Vergulde Hand-West is dat de intensieve exploitatiezone niet primair rondom het erf heeft gelegen. Een deel van de akkers zal verder van de nederzetting hebben gelegen, dan in het model geschetst wordt. Deze conclusie betekent een significante bijstelling van het gehanteerde bewoningsmodel voor de middenijzertijd.

Bron

Eijskoot, Brinkkemper & De Ridder (red.), 2011: RAM-rapport 200 Vlaardingen - De Vergulde Hand West, Amersfoort.

Reacties