Direct naar navigatie

Het archeologische verhaal van de Hoogstraat

Door: Vlaardings Archeologisch Kantoor

De geschiedenis van de Hoogstraat gaat ver terug en is deels bepaald door haar gunstige ligging in een voortdurend veranderend landschap. Archeologisch onderzoek in de binnenstad stelt ons in staat het ontstaan van deze ‘oudste’ Vlaardingse straat te reconstrueren.

Droog in een natte omgeving

Langs de oevers van de oude Maas lagen in het verleden kwelders, waarin kleine en grote kreken zich een weg baanden tot ver in het achterland. Ter hoogte van Vlaardingen lag een grote kreek die mogelijk al in de midden bronstijd bestond. We weten in ieder geval zeker dat er vanaf circa 400 voor Chr. ter plaatse van het centrum een grote kreektak in noordwestelijke richting stroomde, grofweg naar de Markgraaflaan en het bedrijventerrein Hoogstad. Een andere kreektak liep naar het noorden en ontstond waarschijnlijk in de ijzertijd. De huidige Hoogstraat ligt deels op de hoger opgeslibde oeverwallen van deze kreek. Bij de bouw van de Visbankflat in 1979 kwamen op circa vijf meter diepte scherven uit de ijzertijd aan het licht.

Bijzondere vondsten uit de Romeinse tijd

Ook in de Romeinse tijd was de kreek nog actief. De bewoning op de oeverwallen van deze kreek concentreerde zich in de 3e eeuw vermoedelijk ter hoogte van de Hoogstraat. Ter plaatse van de Visbankflat zijn vondsten gedaan die hierop wijzen. Resten van woningen uit de Romeinse tijd zijn ook elders in Vlaardingen gevonden. Het bijzondere aan de Hoogstraatvondsten is dat het hier gaat om dakpannen en om tubuli (een soort holle tegels voor vloerverwarming). Dit betekent dat er in de buurt een stenen gebouw stond en die worden in onze contreien niet vaak aangetroffen. Helaas zijn de resten destijds niet archeologisch onderzocht.

De grote leegte

Na de 3e eeuw ontbreekt een tijdlang elk teken van leven in Vlaardingen. Het landschap veranderde gedurende die periode. Zo is aan het begin van de middeleeuwen de grote noordwestelijke kreektak helemaal dichtgeslibd. De noordelijke kreektak is ondertussen in omvang toegenomen. Deze kreektak zou later de naam ‘Vlaarding’ krijgen. Ze bepaalde de inrichting van het landschap en daarmee het aanzien van het huidige Vlaardingen en de Hoogstraat.

Een klein begin

Een open dag tijdens de opgraving op de locatie 'Fonotheek'. Foto: dhr. J. van DorpNa een schijnbare afwezigheid van vijf eeuwen vestigden mensen zich in de 8e eeuw opnieuw ter hoogte van de latere Hoogstraat. De hernieuwde bewoning hangt nauw samen met de stichting van een kerk. Uit een oorkonde van 726/727 kunnen we opmaken dat de kerk in een gorzengebied lag waar herders hun schapen weidden. Misschien woonden deze herders wel ter plaatse van de Hoogstraat. In 1990 zijn bij de opgraving op de locatie ‘Fonotheek’ in ieder geval resten gevonden van bewoning die zeker teruggaat tot aan het begin van de 8e eeuw. Tussen circa 700 en 1000 groeide er tussen de Blokmakersplaats en de Markt een kleine nederzetting. Er zullen eerder enkele tientallen dan honderden mensen hebben gewoond. Veel stelde het nog niet voor, want de naam Vlaardingen komt in die tijd in geen enkele historische bron voor.

Drukke handelsstraat

De nederzetting en daarmee ook de Hoogstraat ondergaan rond 1000 een ware metamorfose. De oorzaak ligt in de bemoeienis van de Westfriese graven met Vlaardingen. Zo stichtten ze ter hoogte van het huidige Liesveldviaduct en de Markgraaflaan een grafelijk hof. Graaf Dirk III liet ook een burcht bouwen, die mogelijk ten zuidoosten van de huidige Grote Kerk gezocht moet worden. In de 11e eeuw ontwikkelde Vlaardingen zich snel tot de belangrijkste plaats van het Westfriese graafschap, dat later Holland zou heten. Gezien het feit dat de Hoogstraat vlakbij de natuurlijke haven van Vlaardingen lag, zal de handel en nijverheid rondom deze straat hebben plaatsgevonden.

Oudste Hoogstraatbewoners

Gezichtsreconstructie van een 11e-eeuws jongetje. Foto: M. d'Hollosy.Van de Hoogstraatbewoners zelf hebben archeologen mogelijk ook resten teruggevonden. Op de hoek van de Markt met de Maassluissedijk hebben archeologen een deel van een begraafplaats opgegraven die tussen 1000 en 1050 in gebruik was. Een uitgebreid onderzoek op 41 skeletten leverde heel wat informatie op over het leven in de 11e eeuw. Bovendien geven vijf individuen het 11e-eeuwse Vlaardingen letterlijk een gezicht. Hoewel het niet te bewijzen valt, is het wel waarschijnlijk dat een aantal van deze personen langs de Hoogstraat woonde. Buiten de nederzettingskern telde het Vlaardingse grondgebied immers niet veel woonplaatsen.

Van oeverwal naar dijk

Bovenleer van een schoen uit de 11e-12e eeuw. Foto: J. van den BergOp 28 september 1014 werd een groot deel van West-Nederland getroffen door een stormvloed. Daarbij zal ook het water in de Vlaardingse haven flink zijn opgestuwd. Het overstromingsgevaar werd zo voor de Hoogstraatbewoners heel reëel. In de decennia daarna zien we dan ook dat de Vlaardingers de nederzetting rondom de Hoogstraat en de kerkheuvel gaan ophogen. Dit gebeurde deels met gewoon nederzettingsafval, maar ook met grond. Dankzij de ophogingen met mest en klei bleef het afval dat de mensen achterlieten heel goed bewaard. Heliniumleden ontdekten bijvoorbeeld in 1990 op de locatie ‘Waaigat’ veel leren voorwerpen uit de 11e en 12e eeuw. Dit terpje van mest en klei bood lang afdoende bescherming tegen het water. Zo hielden alleen de bewoners op de kerkheuvel, de Hoogstraat en op de boerderijterpen hun voeten droog bij de stormvloed op 21 december 1163. Na deze overstromingsramp liet de graaf de bestaande dijk meer landinwaarts aanleggen. Vanaf dat moment was de Hoogstraat geen langwerpige terp meer, maar onderdeel van een dijkenstelsel.

Van houtbouw naar baksteen

Lange tijd vormde brand een groot gevaar voor de Vlaardingse nederzetting. In de vroege middeleeuwen was er nog veel ruimte tussen de houten huizen. Toen Vlaardingen rond 1000 een grote ontwikkeling doormaakte, werd de beschikbare grond op de oeverwal echter steeds schaarser. Na verloop van tijd werden de huizen praktisch tegen elkaar aan gebouwd. In de 13e eeuw kwam in Nederland baksteen en dakpan als bouwmateriaal in zwang. Aanvankelijk waren alleen grote gebouwen, zoals kerken en kloosters hiermee opgetrokken. Vandaar dat men deze eerste bakstenen, die vrij fors van formaat waren, later is gaan aanduiden met de naam ‘kloostermoppen’. Ook rijke mensen, doorgaans van adellijke herkomst, konden het zich veroorloven om dergelijke ‘stenen huizen’ te bouwen. De aanwezigheid van baksteenbouw in de 13e en 14e eeuw is dan ook een belangrijke indicatie voor rijkdom van de eigenaren.

Op de hoek van de Peperstraat en de Hoogstraat zijn in 1990 resten aangetroffen van een huis dat deels uit kloostermoppen was opgetrokken. Het archeologisch onderzoek door de AWN-afdeling Helinium toonde aan dat het huis in de tweede helft van de 14e eeuw afbrandde. De brand sloeg zo snel om zich heen dat de bewoners geen tijd meer hadden om de inboedel te redden. In een afvalkuil waar de verbrande resten in waren gedumpt, troffen de onderzoekers nog een deel van het huisraad aan. De hitte was zo groot geweest dat het vaatwerk voor een deel gesmolten en vervormd was. Tussen het verbrande materiaal vonden de Heliniumleden ook resten van verbrande klei met takindrukken, afkomstig van een vlechtwerkwand. Dat wijst er op dat een deel van de muren toch nog uit brandgevaarlijke vlechtwerkwanden bestond. Getuige de verwoestende kracht van de stadsbrand in 1574 bleef dit tot in de 16e eeuw de gewoonte.

Bronnen

Archief Vlaardings Archeologisch Kantoor - Gemeente Vlaardingen, Sectie Stadsarchief en Archeologie.

Tim de Ridder: ‘De archeologische en historische wortels van de Hoogstraat’ -  Zien, Denken, Doen – De transformatie van de Hoogstraat. 

Reacties