Direct naar navigatie

De donk onder de Piet Heinplaats

Door: Vlaardings Archeologisch Kantoor, Periode: 8000 v. Chr. - 2999 v. Chr., Thema's: Strijd tegen het water

Ter hoogte van de Piet Heinplaats ligt 3,5 m onder de huidige bestrating de top van een ruim 16 m hoog zandlichaam: een donk. Op deze rivierduin zijn de oudste sporen van bewoning in Vlaardingen aangetroffen.

Op deze plek, onder de Piet Heinplaats, liggen de oudste sporen van menselijke bewoning (foto circa 1985)

Verzakkingen

In de eerste helft van de twintigste eeuw bouwde men het laatste stukje Buitenweiden vol. Enkele van deze nieuwe blokken in de zeeheldenbuurt vertoonden echter al snel golvingen en scheuren. Een deel van de huizen bleek te verzakken. Een reden om in de tweede helft van dezelfde eeuw een gedeelte van de woningen weer af te breken. Alvorens er weer nieuwe huizen neer te zetten, leek het de ontwikkelaars verstandig om de ondergrond in kaart te brengen. Tijdens sonderingen om de diepte van het pleistocene zand te bepalen, ontdekten geologen dat onder de wijk een oude rivierduin verborgen lag. De donk was begraven onder klei- en veenlagen. Dit was één van de oorzaken van de plaatselijke verzakkingen geweest. Het veen klonk in, het donkzand niet.

Duinvorming

De donk ontstaat 10.000 jaar geleden tijdens de klimaatsverandering die het einde van de ijstijd inluidt. De Maas is dan een vlechtende rivier met een brede zandige bedding. De rivier bestaat uit verschillende, zich steeds verleggende stromen. In de lente voeren deze grote hoeveelheden water weg, in de winter ligt de rivier praktisch droog. De aarde warmt op en het landschap dat eerst sterke overeenkomsten vertoont met de huidige poolwoestijnen, raakt begroeid. Voorheen blies de wind het zand dat de rivier hier afzette, ver de vlakte op. Nu heeft de wind alleen nog vrij spel in de rivierbedding. De vegetatie op de oever houdt het zand tegen, zo vormen zich duinen langs de rivier.

Verdronken

Na de ijstijd blijft de temperatuur oplopen. Het landijs smelt, de zeespiegel stijgt en het Noordzeebekken loopt vol. De benedenloop van de rivier verplaatst zich geleidelijk naar het continent. In dit gebied verandert hierdoor de Maas geleidelijk in een traag stromende, meanderende rivier. Met de opwarming blijft ook de vegetatie groeien. De planten houden het kleiige sediment dat de rivier aanvoert vast. Doordat de afgestorven plantenresten onder water blijven liggen, verteren deze niet: op die manier ontstaat veen. Zo groeit het land met het zeeniveau mee. Rond 5000 voor Christus stabiliseert de kustlijn zich. De donken steken dan als eilanden boven het moerasland uit.

Bewoning

Rond die tijd gebruiken groepen rondtrekkende jagers/verzamelaars de donken als uitvalsbasis om de rijke flora en fauna in het natte gebied te exploiteren. Deze tijdelijke bewoners van de donken jagen op bevers, everzwijnen, edelherten en de vele watervogels. Ze vissen op zalm, steur, paling en snoeken, en verzamelen hazel- en waternoten, vruchten en knollen. Het zijn de laatste mensen die in dit gebied volledig van jacht en verzamelen leven. Rond 4500 v. Chr. neemt men vee mee naar de donken en weer 500 jaar later, verbouwen de donkbewoners ook graan. De traditionele levenswijze van jagen en verzamelen houden zij echter nog zeker 1500 jaar in ere.

Sporen

Over de bewoning op de donk onder de Piet Heinplaats weten we weinig. De donk is door middel van boringen onderzocht op sporen van menselijke activiteiten. Archeologen troffen in een boring naast verbrand bot, 3 kleine splinters vuursteen aan. Dit is een onmiskenbaar bewijs van menselijke activiteiten. De laag waarin de bewoningssporen werden aangetroffen konden de onderzoekers dateren op 3900 v. Chr.. Van opgravingen van donken in andere plaatsen weten we dat de donkbewoners de eerste mensen waren in deze regio die akkerbouw en veeteelt bedreven.

Onderzoek

Interessant aan deze donk is dat de top nog intact lijkt te zijn. Bij veel andere donken is deze door erosie of ontginning verdwenen. Archeologen kunnen daar alleen de flanken van de rivierduin onderzoeken. Een bewoningslaag op de top van een donk kan een schat aan informatie opleveren over het leven op de donk. Of die bewoningslaag ook daadwerkelijk aanwezig is, blijft de vraag. Een opgraving zal voorlopig niet plaatsvinden.

Reacties