Direct naar navigatie

Egodocument van Jacob van Leeuwen

Door: Stadsarchief Vlaardingen

Met enige regelmaat geeft een websitebezoeker een reactie op een foto, een object of een verhaal. Zo ook de Vlaardinger Jacob van Leeuwen. Hij plaatste een persoonlijke herinnering bij de contétekening van het interneringskamp 'De Vergulde Hand'. Enkele dagen later volgden er nog meer. Ditmaal over zijn belevenissen in het laatste oorlogsjaar...

"Ik heb nog wel een verhaaltje over een klein stukje Vlaardings geschiedenis, wat zeer weinig haringkoppen (zo ze nog in leven zijn) kunnen weten. Ikzelf ben sinds kort achtentachtig jaar.

Razziagevaar

Het verhaal speelt zich af in november 1944. De geruchten kwamen Vlaardingen binnen dat in Rotterdam een grote razzia door de Duitsers was opgezet om zoveel mogelijk weerbare mannen te pakken te krijgen. Nu, dat liet ons, toen jonge mannen, niet onberoerd. Zouden ze dat ook in Vlaardingen doen, en.....wanneer?
Ik werkte toen in Maasland bij Motorhome Henk Vink, op Huis ter Lucht, tegenover de groenteveiling. Daar fietste ik elke dag heen, via de Zuidbuurtseweg. Mijn taak daar was de administratie en onderdelenvoorziening, want Vink verhuurde toen zo'n honderd motorfietsen in het hele land aan artsen en dierenartsen.
Die kregen een zeer kleine benzinetoewijzing, dus hun auto stond vaak droog, en met een zuiniger motorfiets konden ze hun praktijk wat langer dienen.
Een licht motorfietsje kostte 1 gulden per dag, zwaarder ƒ1.25 en de zwaarste ƒ1.50.

Nu had ik een schoolkameraad, Jo Schrier (uit de Potgieterstraat) die een soort hulpbode was op het stadhuis. Die kende een van de boden die een sleutel had van o.a. de achterdeur van het stadhuis. Let wel: het stadhuis uit die tijd had aan de achterzijde een klein pleintje. Daar was ook een ingang, en daar had hij ook een sleutel van.
We spraken met een man of vijf af om 's avonds vlak voor spertijd daar stiekem te verzamelen.Als de klok van de Grote Kerk sloeg werd de sleutel omgedraaid en slopen we naar binnen. Daarna ging de deur uiteraard weer op slot. We kwamen in een klein lokaaltje met in het midden een tafel met eromheen stoelen. Daar slopen we dan (het was stikdonker!) langs. Dat moest heel stil gebeuren, want er was een planken schot tussen dit lokaaltje en..... het lokaal waar de politie zat! En daar brandde uiteraard wel licht, wat we door kieren konden zien.

Het stadhuis zoals het er in die tijd uitzag

Een keer is het gebeurd dat een onzer tegen de stoel schoof. We hebben wel een kwartier stokstijf gestaan, zonder iets te verroeren. Gelukkig werd het niet opgemerkt, want anders..... Dan liepen we een gang in waar een trap naar boven was.
Vervolgens gingen we naar de trouwzaal, vooraan, waar banken stonden voor de bezoekers van de trouwpartijen. Op die banken lagen kussens. Die namen we mee, zoveel we nodig hadden om languit op te kunnen liggen en zochten ieder een kamer op.
Die van de burgemeester was geliefd, daar kon nog een gaskachel branden..... Van slapen kwam niet veel, je luisterde intens of er geen onraad kwam.
Veronderstel dat de burgemeester langs zou komen om nog wat te werken........?
De eerste morgen daarna, het was vroeg reveille, kwam de werkster. Zij was altijd vroeg present. Die schrok zich naar, maar een van ons kende haar en stelde haar op de hoogte.
Wij brachten als de gesmeerde bliksem de kussens weer naar de trouwzaal en verdwenen naar ons huis of ons werk.
Zo zijn we daar vermoedelijk een nacht of tien geweest, tot het razziagevaar - hoopten wij - voorbij was. Laten we wel zijn, ik was bijna achttien en dus voor Arbeitseinsatz aantrekkelijk.

Twee jaar jonger

Nadat ik  met die en gene over mijn vrees gesproken had, kwam er een oplossing.
Ik moest me melden bij een bepaald persoon die op het distributiekantoor werkte.
Daar moest ik vertellen dat ik mijn persoonsbewijs kwijt was en dan kreeg ik daar een nieuwe stamkaart. Daarop was ik ineens twee jaar jonger....!
Met die stamkaart moest ik op het politiebureau aangifte gaan doen van het verlies van mijn persoonsbewijs. Ik volgde de instructies op maar ondertussen kneep ik 'm als een oude dief.
Naast het bureau was een smalle gang met halverwege een loketje met een drukknopje waarmee je je kon melden. Ik was bevreesd voor een kruisverhoor.
Het loketje ging omhoog en ik vertelde mijn probleem. De stamkaart ging mee naar binnen en enkele minuten later kreeg ik een noodbewijs waarop ik ook twee jaar jonger was! En dat was belangrijk want de thuissituatie was wat voeding betreft, zeer precair. Ik had nog een jonger broertje en zusje, een broer ergens in Duitsland, en een broer die bij een razzia was opgepakt en in Assen in een kamp zat. Die had daar twee keer een bombardement gehad en was alles kwijt. Wat kon ik doen? Goede raad was duur.....

Op de fiets naar Drenthe

Mijn vader was kraanmachinist op Havenbedrijf Vlaardingen-Oost. Hij stapte op zijn fiets, met zoveel mogelijk kleren bij zich voor mijn broer. Richting Assen, zo'n 250 km verderop. Na verloop van tijd kwam hij terug. In Drenthe en Overijssel had hij eten op de kop getikt dat hij meevoerde in een gehavende, zeildoeken dubbele tas. Deze was van ouderdom en door het gewicht van het voedsel in tweeën gescheurd. Eén deel hield hij voorop zijn stuur, het andere was vastgebonden op de bagagedrager.
Toen hij in de buurt van Amersfoort was, sprong er ineens een Duitse soldaat uit het gewas. Hij riep naar mijn vader: "Wat heb je daar?", waarop mijn vader antwoordde "eten voor mijn kinderen".
De Duitse soldaat vroeg hem welke tas hij kon missen. Dus pa moest de ene helft afstaan en kwam met de andere helft thuis. Niettemin, het eten was hoogstwelkom,  rogge! We konden het malen in de koffiemolen en de suikerbieten die ik uit Maasland meenam erdoorheen doen. Ik merkte dus dat er over de IJssel wél eten was. Daar wilde ik heen. En daarvoor was nodig dat ik twee jaar jonger was.
Ik moet vaak denken (bijbelvaste Vlaardingers kennen dat wel) aan Genesis 42 waarin staat dat Jacob hoorde dat er in Egypte koren was. Zo was het met deze Jacob dus ook, en hij vond er ook nog eens een lieve vrouw.
Er zou nog het nodige aangevuld kunnen worden, maar het zou een boekwerk worden.

Bijdrage

Mijn gezin heeft, onbedoeld, toch nog iets aan de Vlaardingse geschiedenis bijgedragen. Mijn jongste zoon verzorgde enkele jaren geleden een concert in de Grote Kerk. Als jongen gluurde ik op de galerij stiekem langs het gordijntje naar de organist.... Hij is cantor-organist geworden en mijn jongste dochter trouwde met een predikant die enkele jaren de Nederlands Hervormde Gemeente mocht dienen.
Ik had als jochie, met mijn moeder naast me (op een gehuurde plaats!!), nooit kunnen denken dat die preekstoel nog zo'n betekenis zou krijgen........."

Met een hartelijke groet!

Jacob van Leeuwen.

Reacties