Direct naar navigatie

Egodocument Dirk Tempelaar - Terugblik in de tijd

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1900 - heden, Thema's: Dagelijks leven, Jeugd en onderwijs

Onze trouwe websitebezoeker, de bij menigeen bekende oud-Vlaardinger Dirk Tempelaar, zette weer eens zijn jeugdherinneringen op papier. Al eerder schreef hij over de Emmastraat, de straat in de Oostwijk waar hij opgroeide. Hij heeft hier zoveel mooie herinneringen aan, dat hij er bijna niet over uitgepraat raakt. Een terugblik in de tijd...

Terugblik in de tijd

'Jaar na jaar, etmaal na etmaal, dag na dag, uur na uur, minuut na minuut en seconde na seconde vergleden. Tijd om eens terug te blikken vanaf de dag dat ik nog in de wieg lag en in mijn luier piste en poepte.

Ik heb al verschillende egodocumenten over de Emmastraat en omgeving op papier mogen zetten, maar nooit de lezers iets laten weten over het pand waarin mijn ouders, mijn drie zussen en ik onze jeugd hebben doorgebracht. Ik neem u mee naar de Emmastraat 43 omstreeks 1950… Ik was toen zes jaar jong. We gaan terug naar 1943/44. Mijn ouders bewoonden een simpel, maar volgens zeggen knus zolderkamertje in een hofje gelegen aan het Westnieuwland, rechts naast de hengelsportzaak van Wout van Leeuwen.

Het Westnieuwland met de hengelsportzaak van Wout van Leeuwen. Hier staat nog een stukje overeind van het buurtje waar Dirkje geboren werd (Foto Ronde, circa 1975).


Via een poort kwam je achter de winkel. Daar bevond zich de voordeur met daarachter een houten trap die leidde naar het kleine zolderkamertje waar mijn stijfselkistje stond en ik op 28 juni - luid krijsend - eindelijk het levenslicht mocht aanschouwen dat door een klein dakraampje naar binnen viel. Een nieuwe Vlaardinger was geboren.

Mijn moeder vertelde me op een keer - overigens vele jaren later - dat ze met mijn vader was gehuwd omdat hij anders naar Duitsland moest om voor de Duitse Weermacht te werken. Mijn vader zag, volgens mijn moeder, de bui meteen hangen dus stapten ze op aandringen van mijn vader samen versneld in het huwelijksbootje. Of er ooit sprake is geweest van een bootje vertelt de historie niet. Van het één kwam het ander, vandaar dat armoedige stijfselkistje op zolder. De V-1’s richting Engeland, afgevuurd door de Duitsers vanaf het Sunlightterrein, vlogen ons daar letterlijk om de oren. Ik heb dit alles niet bewust meegemaakt, maar volgens zeggen was het angstaanjagende gegil van zo’ n ding een hel. Men wist nooit of hij zijn doel zou bereiken of in de omgeving neer zou storten.

Van het Westnieuwland naar Emmastraat nummer 43

Na mijn geboorte bleek al gauw dat het zolderkamertje veel te klein was voor drie personen dus moest mijn vader op zoek naar een andere, grotere woning, die na lang zoeken uiteindelijk middels de bekende kruiwagen werd gevonden en wel in de Emmastraat,  schuin tegenover de oude, maar statige Watertoren. Rechts was de Kleuterschool van juffrouw Bot.

De Emmastraat met de Emmakleuterschool (Foto Boer, 1967).

Emmastraat 43, ik zal het nooit vergeten. In mijn ogen een enorm pand met op de begane grond een houtzagerij behorende bij meubelfabriek Van Der Drift iets verderop in de straat richting de Oude Haven. 
Via een trap met draai kwam je op de leef- en slaapverdieping en via een tweede trap met draai bereikte je een enorme zolder met overloop waaraan nog eens drie slaapkamers grensden.
Op de eerste verdieping bevonden zich een grote overloop, de huiskamer, twee slaapkamers, een serre, een keuken en het toilet. Tevens was er een klein plaatsje aan de achterzijde met de toepasselijke naam 'platje', waar ook de kippen werden gehouden. Later werd het verbouwd tot een fors balkon over de gehele breedte van het huis wat tevens het einde van ons platje betekende.

Op de overloop boven was, naast de trapopgang, een stortplaats gecreëerd voor kolen en aan de andere zijde van het trapgat bevond zich een opslag voor brandhout, dat rechtstreeks door mijn vader werd aangevoerd vanaf de meubelmakerij en of houtzagerij. Overbodige spullen gingen naar de zolder boven de doka en de werkplaats van mijn vader.
De grootste kamer op zolder - aan de achterzijde, met uitzicht op de Hofsingel - was gereserveerd als werkplaats van mijn vader, die in zijn vrije tijd bijkluste door het beeldhouwen (steken) van haardbankjes, dressoirs, fauteuils, tafels en stoelen. Tevens stoffeerde hij alles wat los en vast zat, maar bovenal meubelen waarop stof was verwerkt.
De andere zolderkamer, met bedstee, was gelegen aan de Emmastraat. Deze deed dienst als donkere kamer daar mijn vader een fervent amateurfotograaf was en lid  van de toenmalige fotoclub.

Broedmachine in de slaapkamer...

Mijn slaapkamer lag tussen beide kamers in, recht tegenover de trap en naast de steeg die bij nummer 41 hoorde en lang en smal was. Ik sliep dus helemaal alleen op die immense zolder en zeker niet geheel zonder angsten...
Later werd er een broedmachine op mijn kamer geplaatst en kreeg ik bij tijd en wijlen gezelschap van een groot aantal kuikens die met Pasen tentoongesteld werden in diverse etalages van winkels in de buurt. De eieren werden verkocht aan familie en vrienden. Uitgelegde kippen werden geslacht en met kerst verkocht aan de liefhebbers.      
Een klein, ijzeren dakvenster, eenzelfde raampje als in het dak van het zolderkamertje waar mijn stijfselkistje stond, bood zicht op de schoorsteen van de slaapkamer waar mijn ouders sliepen en die niet gebruikt werd.
Die bewuste schoorsteen bezorgde me soms ware nachtmerries omdat ik dacht dat er iemand op het dak stond en naar binnen gluurde! Bij een fikse storm klapte het dakraam spontaan op en neer dus schrok je je af en toe te pletter, ondanks dat het op provisorische wijze vergrendeld was.

Mijn vader werkte als meubelmaker bij meubelmakerij Van der Drift in de Emmastraat. Op loopafstand dus! Later ging de meubelmakerij naar het Emaus (achter het aldaar gevestigde gemeentelijk huisvestingsbureau) alwaar de loods nog altijd in gebruik is door anderen dan Van der Drift.

Bijverdienen bij de bloemist

In het pakhuis op de begane grond hield, nadat Van der Drift het pand wegens brandgevaar had moeten verlaten, een bloemist die gevestigd was aan de Westhavenplaats  zijn domicilie voor opslag van bloempotten, potaarde en met de kerst honderden kerstbomen. Zijn wagenpark bestond uit een dikke, blauwwitte Chevy, een keukengroene Morris Minor en een oude donkerrode Morris Minor (alle bestelwagens). Een luxe Skoda uit 1949 was het paradepaardje. Hierin mocht mijn vader zondags rijden!
Uiteraard zorgde de bloemist dat wij wat bij konden verdienen met het vullen van zakken aarde en het bijtippen van lichtbeschadigde bloempotten met de juiste kleur verf. Ook voorzag mijn vader honderden kerstbomen van een houten kruis. Er was altijd wel wat werk aan de winkel.
Tijdens Moederdag reden we planten en bloemen rond die in de winkel besteld waren. Ook verkochten wij namens de bloemist kerstbomen in de Smalle Havenstraat en reden het restafval naar de vuilnisstaal achter Zethameta. Als jongen bracht dit alles toch een leuke zakcent op en ik voelde mij vaak de koning te rijk.

Ook bezocht mijn vader in zijn vrije tijd aanstaande bruidsparen om ze een bruidsboeket aan te praten wat vaak tot een succes leidde en daarbij ook wat opleverde ondanks dat de bloemist niet per omgaande uitbetaalde omdat het volgens hem niet altijd uitkwam.
Meerijden met mijn vader was toen nog een feest, mede omdat ik wist dat we steevast eindigden bij de patatkraam van Henk Vecht aan de Rotterdamseweg, die naar eigen zeggen de langste en beste frieten van Vlaardingen verkocht.
Ik wachtte, terwijl mijn vader een bruidspaar bezocht, in de auto met een zak patat met daarop een flinke klodder mayo hetgeen voor mij een hoogtepunt van het meerijden was.

Naar een nieuw huis in de Zuidwijk

Rond mijn veertiende verhuisden wij naar de Mr. Verschuurstraat in de Zuidwijk. In mijn ogen één grote zandbak waar je niemand kende en voor mijn gevoel woonde ik nu ergens in de middle of nowhere. Het tijdperk Emmastraat stierf een wisse dood inclusief al mijn vriendjes en vriendinnetjes die ik moest achterlaten…

De Mr. Verschuurstraat vanaf de hoek met de Dr. Brugsmastraat naar het noorden (Foto Boer, 1965).

Jaren later, op weg vanaf mijn werkadres in de Willem Beukelszoonstraat naar mijn ouderlijk huis in de Zuidwijk, liep ik blijkbaar instinctief richting Emmastraat en trok gewoontegetrouw aan het touwtje dat uit de brievenbus van huisnummer 43 hing…
Er leek die dag veel werk te zijn verzet in het huis, maar dat gebeurde wel vaker. Ik liep de trap op en eenmaal aangekomen op de overloop keek een viertal paar ogen mij met verbazing aan. Ik stond als aan de grond genageld!
Ik kende deze mensen niet. Ik vroeg me af wat me ineens bezielde…, draaide me om en rende in sneltreinvaart, met het schaamrood rondom mijn kaken, de trap af. Eenmaal buiten vervolgde ik mijn weg richting mijn ouderlijk huis in die afgelegen, Vlaardingse zandbak, waar ik nooit het gevoel had dat het een leuke buurt was hetgeen ik in de Emmastraat vanzelfsprekend vond. Wellicht lezen deze mensen dit egodocument ook en wordt hiermee voor hen alles duidelijk.

Wellicht was dit de aanleiding om tegen de wil in van mijn vader, net als mijn grootvader, aan te monsteren om daarna met de Maasym-N, een coaster van de Rotterdamse reder Nievelt Goudriaan,  alsnog het ruime sop te kiezen'.

Dirk Tempelaar

Reacties