Direct naar navigatie

Een ‘oranje’ drieling in Vlaardingen

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1800 - 1899, Thema's: Dagelijks leven

In een tijd dat er nog geen IVF-behandeling bestond, waren drielingen uiteraard nogal zeldzaam. In Vlaardingen zijn er in de 17e en 19e eeuw inmiddels vijf getraceerd: in 1682 (Lammers), 1819 (Brobbel), 1825 (Van Bree), 1861 (Van Dijk) en 1876 (Van Teijlingen). Die laatste is ook in een ander opzicht bijzonder en dat is de reden om daar op deze plaats wat meer aandacht aan te geven.

Op zaterdag 15 april 1876 beviel Gerritje Pons (1835-1895), echtgenote van houtzager Jan van Teijlingen (1832-1919), aan de Kortedijk van drie gezonde zoons. Dezelfde dag nog berichtte de Vlaardingsche Courant over dit ‘wonder’:

Vlaardingsche Courant, 15 april 1876. Collectie Stadsarchief Vlaardingen.

Om acht uur ’s morgens zag Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk het levenslicht. Een uur later was Willem Nicolaas Alexander Frederik Karel Hendrik daar en om elf uur kwam – denkelijk tot hun grote verbazing – nummer drie tevoorschijn: Willem Alexander Karel Hendrik Frederik.

Burgerlijke Stand - geboorten april 1876. Collectie Stadsarchief Vlaardingen.Het was na Jacob (1861), Cornelia (1863), Jan (1864), Hendrik (1866), Maria (1869), Anna Elisabeth (1872) en Gerrit (1874-1874) de achtste bevalling van Gerritje.

Zo had het echtpaar opeens negen kinderen om voor te zorgen, want de drieling bleef (voorlopig) in leven. Dat is in een tijd van grote kindersterfte extra bijzonder. Om een voorbeeld te noemen: de elf kinderen van veerschipper Goze Rodenburg en Klara Grotendorst, die tussen 1868 en 1880 werden geboren, stierven alle elf voordat ze vijf maanden oud waren.

Na die eenvoudige ‘Vlaardingse’ voornamen - bij protestanten zelden meer dan twee - van de eerste zeven kinderen, springen die vijf of zes chique voornamen per kind wel enorm in het oog. Blijkbaar was het ouderpaar zich niet alleen bewust van de bijzonderheid van hun gezonde drieling, maar wilde het daaraan ook uiting geven door het geven van bijzondere namen.

Het is niet moeilijk daarin de namen te herkennen van de toenmalige koning en zijn twee, toen nog levende zonen. De oudste kreeg de namen van koning Willem III (1817-1890), de tweede van diens oudste zoon (1840-1879) en de jongste werd vernoemd naar de jongste prins (1851-1884).

Doop drieling van Teijlingen. Collectie Stadsarchief Vlaardingen.Op zondag 23 april werden de kereltjes onder grote belangstelling in de Grote Kerk gedoopt.

Petrus Leonardus van Roon (1837) die aan de Hoogstraat zijn logement ‘De Hollandsche Tuijn’ en transportbedrijf met paarden en een omnibusdienst runde, stelde een rijtuig beschikbaar om de ouders en hun kinderen naar de kerk te rijden.

Omnibusdienst van Roon. Collectie Stadsarchief Vlaardingen.

Vlaardingsche Courant, 23 april 1876. Collectie Stadsarchief Vlaardingen.Na de kerkdienst wilde iedereen bij ‘De Hollandsche Tuijn’ het kroost van nabij bekijken en dankzij een attent collecterende omstander ging het blijde gezin met 14 gulden naar huis. Wij zijn hierover geïnformeerd door de Vlaardingsche Courant, steeds weer een prachtige bron. 

Fotoafdruk van herdenkingsstuk doop drieling van Teijlingen. Collectie Stadsarchief Vlaardingen.Ter gelegenheid van deze opvallende gebeurtenis werd ook een ‘herdenkingsstuk’ gedrukt, waarvan het Stadsarchief een fotoafdruk bezit.

Hoe ‘welgeschapen’ de jongens volgens de krant ook waren, zij stierven toch allen jong. De oudste, na ruim vier maanden, op 1 september 1876; de tweede, na een jaar en negen maanden, op 19 januari 1878; de derde, na een jaar en zeven maanden, op 8 november 1877. Daar berichtte de krant niet over…

Na de drieling kreeg het echtpaar nog vier kinderen: Leendert (1878-1878), Leendert (1879-1880), Leendert (1881) en Willem (1883). In totaal dus veertien kinderen, waarvan er zeven volwassen werden en zes huwden en nageslacht kregen.

Reacties