Direct naar navigatie

Vlaardingen-Schiedam, oer-vete of gezonde rivaliteit?

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1500 - heden, Thema's: , Geloof, Gezag en politiek, Oorlog

Historische gebeurtenissen hebben vaak nog eeuwenlang grote gevolgen. De Slag op het Merelveld (Kosovo, voormalig Servië) op 28 juni 1389 werkte nog volop door in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en bij de recente Balkanoorlog (1998/1999). En de herdenking van de Slag aan de Boyne (Drogheda, Ierland) op 12 juli 1690 is jaarlijks nog steeds een heet hangijzer tussen protestanten en rooms-katholieken in Noord-Ierland.


Vaak wordt in Vlaardingen en Schiedam verwezen naar 2 juni 1574 als het gaat om de oorsprong van de zogenaamde vijandschap tussen beide steden, want toen immers hebben ‘de Schiedammers Vlaardingen platgebrand’. Hoe zit dat nu precies?

De Opstand

De Opstand (1568-1648), veelal de 80-jarige oorlog genoemd, liet ook in Vlaardingen diepe sporen na.
Op 4 november 1573 werd het naburige Maassluis ingenomen door de Spaanse troepen. Vlaardingen – dat net als Maassluis geen stadsmuren had – was korte tijd eerder al in handen van de Spanjaarden gevallen en veel van de circa 1500 Vlaardingers waren naar het ommuurde Schiedam gevlucht. In Vlaardingen lagen op dat moment zo’n 900 Spaanse soldaten, terwijl aan de andere kant in Schiedam 1000 Geuzen en in Delfshaven nog eens 1300 Geuzen waren gestationeerd. Vlaardingen lag dus volop in de frontlinie.

Stadsplattegronden van Vlaardingen en Schiedam, door Jacob van Deventer, circa 1560 (respectievelijk Bibliotheca Nacional, Madrid en Collectie Hingman, Nationaal Archief, Den Haag) 

Geweld

Een maand later vielen de Spanjaarden Overschie aan en de Geuzen staken daar de kerk in brand, zodat de Spanjaarden er geen gebruik van konden maken. Alleen Delft, Schiedam en Rotterdam, aan de noordelijke Maasoever, waren toen nog in handen van de Geuzen. Intussen hielden de Geuzen, grotendeels rabauwen, ook flink huis in Schiedam. Ze mishandelden er de priester zodanig dat hij het niet overleefde, in december 1573 brandden ze Reimerswaal plat en in maart 1574 ook nog Pijnacker.

De ‘tweede ronde’

Rond die tijd werden de Spaanse troepen uit Vlaardingen en Maassluis teruggeroepen naar Vlaanderen, om de aanval van Lodewijk van Nassau af te slaan, waarop de Geuzen triomfantelijk Vlaardingen binnentrokken en hier de koster ophingen.
De ‘bevrijdingsvreugde’ was daar echter van korte duur, want in mei 1574 gaf de nieuwe landvoogd Luis de Requesens (de opvolger van Alva) opdracht Holland opnieuw te bezetten om Leiden in te nemen.
De Spanjaarden trokken via Utrecht naar Leiderdorp en namen stellingen in, richting Gouda, Delft, Rotterdam en Schiedam.
Op 29 mei 1574 ging bevelhebber Francisco de Valdez al richting Maassluis met de bedoeling om daarna via Vlaardingen door te stoten naar Rotterdam. In reactie op die snelle opmars brandden de Geuzen overal hoge gebouwen zoals molens plat.

De Vlaardingse stadsbrand

In dat hectische klimaat gaf Willem van Oranje op 1 juni 1574 opdracht aan zijn troepen (de Geuzen dus) Vlaardingen op te geven en zich te verschansen bij de Vijfsluizen. Een dag later, op 2 juni, trokken de Geuzen nog even terug naar hun verlaten schans in Vlaardingen om de boel onklaar te maken, zodat de Spanjaarden er niets aan zouden hebben en toen ging een groot deel van de stad in vlammen op. Het is heel goed mogelijk dat allerlei gespuis meetrok. In oude bronnen wordt een bende plunderaars onder aanvoering van de verlopen Schiedamse kleermaker ‘Benjamin de snijer’ genoemd.

Fantasie-pentekening van de Vlaardingse stadsbrand op 2 juni 1574 (Octave  DeConinck).

Feit is wel dat de troepen van de opstandelingen tegen Filips II vanaf de Vijfsluizen/Schiedam hierheen kwamen, waardoor in het collectief bewustzijn van de Vlaardingers ‘de ellendelingen dus uit Schiedam kwamen’. Daarbij is het goed zich te realiseren dat dit gebruikelijke ‘tactiek der verschroeide aarde’-manoeuvres in oorlogstijd waren.
Na de stadsbrand van Vlaardingen versterkte Oranje Schiedam en de Spanjaarden trokken in het najaar van 1574 in de ruïnes van Vlaardingen. De Vlaardingers die nog niet waren gevlucht, vertrokken halsoverkop naar Voorne-Putten, dat nog wel in handen van de Geuzen was. In de zomer van 1575 blijkt het grootste deel van hen weer terug te zijn in zijn vaderstad.

Sneren naar de buurstad’

Eeuwenlang hebben Vlaardingers en Schiedammers daarna in vrede naast en met elkaar geleefd, maar onderhuids werd/wordt in de vorige en deze eeuw, vaak met een grappige, plagerige toon aan deze gebeurtenis gerefereerd. Zo is bijvoorbeeld bekend dat het hoofd der Hervormde Groen van Prinsterer-ULO in Vlaardingen – hoewel zelf import en van Friese afkomst – in 1954 een Schiedamse leerling diverse keren confronteerde met het kwaad dat zijn stadsgenoten hier bijna vier eeuwen eerder hadden aangericht.

En in het afscheidsboekje dat Tjerk Bruinsma bij zijn vertrek in 2013 kreeg aangeboden, verhaalde de Schiedamse oud-burgemeester Reinier Scheeres hierover het volgende: ‘Op de beide stadhuizen was van die oude controverse weinig te merken.[...] Maar bij publieke optredens van bestuurders (ikzelf niet uitgezonderd) werden de tegenstellingen nog lange tijd gecultiveerd en werd er om een sneer naar de buurstad doorgaans besmuikt gelachen.’ Minder grappig waren in dit verband de zogeheten ‘busbaanrellen’ die in oktober 1978 en ook daarna in de maanden september en oktober van de jaren tachtig, op de grens van de wijken Groenoord (Schiedam) en Holy (Vlaardingen) tussen honderden jongeren van beide steden werden uitgevochten. Deze waren niet weinig gewelddadig en de ME moest met onder andere waterkanonnen tussenbeide komen.
Er is wel gesuggereerd dat deze vechtpartijen hun oorsprong vonden in de gebeurtenissen van 1574 maar dat is (te) ver gezocht. Hieraan lag oorspronkelijk een ‘gewone’ ruzie om een meisje ten grondslag, waarop de schermutselingen daarna, een aantal jaren bijna folklore werden.

De ‘Busbaanrellen’, 11 en 12 oktober 1978 (Foto N.V. Rotterdamsch Nieuwsblad, collectie Stadsarchief Vlaardingen).

Buursteden

Er zijn wel vaker buursteden die een bepaalde wederzijdse rivaliteit hebben ontwikkeld. Arnhem-Nijmegen en Enschede-Almelo zijn daar voorbeelden van. Maar ook de niet-buursteden 010 en 020 kunnen er wat van.
Tussen Vlaardingen en Schiedam gaat het intussen best. In veel opzichten verschillend van elkaar – zoals zo vaak historisch bepaald – zijn er talloze ’gemengde’ huwelijken en familie- en vriendenbanden en werken beide gemeenten aan de Nieuwe Maas op allerlei terreinen eensgezind samen.
En de grappen over Vlaardingen-Schiedam en verwijzingen naar 1574 zullen nog wel heel lang blijven bestaan.

Bronnen:

Publicaties
Albert Brouwer en Ingena Vellekoop, Spaans benauwd: strijdende Geuzen en Spanjaarden in het Maasmondgebied 1568- 1575, Vlaardingen, 1984, p. 42-56.
Harm Jan Luth e.a., Tjerk Bruinsma, burgemeester naar ons hart, Vlaardingen, 2013, p. 56.
M. van Nievelt, Hantvesten, octroyen, privilegien en regten aan de stede Vlaardingen vergunt of bevestigt, ’s-Gravenhage, 1772, p. 138 (noot 4).

Archief
Archief van de politiedienst c.q. gemeentepolitie van Vlaardingen, 1825-1993, inv. nr. 1128.

Reacties