Direct naar navigatie

Gerrit Metzon, slaaf in Algiers V

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Periode: 1800 - 1899, Thema's: Handel en industrie, Gezag en politiek

Aan de betrekkelijke rust die Gerrit Metzon al ruim een half jaar ten deel is gevallen, komt in augustus 1816 abrupt een einde. Zijn lot is nog steeds in handen van de Turken. Dat blijkt maar weer eens al te goed, als er op een zonnige ochtend een ruiter aan komt galopperen en stilhoudt voor het buitenverblijf waar Metzon is ondergebracht.....

Die ochtend van de 7e augustus van het jaar 1816, wordt het ontbijt van Gerrit Metzon, Reindert de Jong en Metzons stuurman Paulus Metzon ruw onderbroken. De ‘groote schrijver’ (klerk) van de gevangenis arriveert te paard bij hun verblijfplaats, het buitenverblijf van de Deense consul.
Hij sommeert hen zonder opgaaf van redenen zich gereed te maken voor een tocht naar de gevangenis. Ondertussen haalt de schrijver, zelf een Spaanse slaaf, ook kapitein Andries Rijk op, die vlakbij in het buitenverblijf van de Zweedse consul logeert.
Als het gezelschap bij de gevangenis arriveert, worden zij meteen doorgestuurd naar de haven. Hier krijgen ze van het Opperhoofd te horen dat ze zich onder de andere slavenmatrozen moeten begeven en de slavenarbeid weer moeten hervatten. De kreupele kapitein Rijk ontspringt de dans, hij krijgt een plekje bij ‘de oude lieden om werk te pluizen'.

Tegenslag

Als Metzon ‘s avonds moe van het werk in de gevangenis arriveert, krijgt hij weer een aanslag op zijn moreel te verwerken als hij hoort hoe de Dei die dag het vertrek van de Engelse consul en zijn gezin terug naar zijn vaderland met geweld had tegengehouden. Een ontsnappingspoging volgt. De twee dochters, 17 en 18 jaar oud en de vrouw van de consul verkleden zich als kadetten en bereiken zo het Engelse fregat. De ‘doctor’ van het schip verstopt het nakomertje, een baby van acht maanden, in een grote mand en probeert met een sloep aan boord van het fregat te komen. Deze poging om ook de baby aan boord te smokkelen mislukt doordat het kind het op een huilen zet. De Basfa neemt op bevel van de Dei de sloep met bemanning én baby in arrest. Als de Dei hoort dat de vrouw en de dochters van de consul hebben weten te ontsnappen, ontsteekt hij in woede. Hij laat de consul in zijn eigen huis vastleggen aan een zware ketting, verstoken van alle contact met de buitenwereld.
Twee dagen later wordt de baby op de smeekbede van alle in Algiers aanwezige consuls uiteindelijk gelukkig toch overgebracht naar het Engelse fregat waarop zich zijn moeder en zijn twee grote zussen al bevinden. Een dag later verlaat het schip de haven en zet het koers naar Engeland.

De vrouw en dochters van de Engelse consul weten in vermomming te ontsnappen.....

Turken in staat van paraatheid

Ondertussen zijn de Turken met behulp van de slaven volop bezig met het versterken van de haven en het in staat van paraatheid brengen van de kanonnen en andere stukken geschut. Ook verschijnen er nieuwe bombardeerboten, negen in totaal. Metzon en zijn lotgenoten moeten twee grote, zware kettingen voor de ingang van de baai spannen. Er staat blijkbaar iets te gebeuren…..
Op 23 augustus, om één uur ’s middags, begint er een Turks vreugdefeest. De consuls brengen een bezoek aan de Dei om hem geluk te wensen en kussen zijn hand. De Engelse consul is niet van de partij, hij zit nog steeds vastgeklonken aan zware kettingen thuis. De slaven blijven een paar dagen opgesloten in hun gevangenisverblijven, danig van slag door de voorspelling van een voorname Turkse geestelijke dat de stad op een zon- of feestdag zou worden verwoest en alle slaven zouden worden vermoord…..

Weggevoerd

Dan, op de 27ste augustus, gaat onder de slaven het gerucht dat er een groot konvooi van wel dertig schepen nét buitenschoots voor de haven ligt. Metzon en de andere Vlaardingers zien het met eigen ogen als zij en de andere elfhonderd slaven, koppelsgewijs aan elkaar vastgeklonken door loodzware kettingen, door de slavendrijvers buiten de stad worden gedreven. Om 19 uur arriveren ze bij een groot, ommuurd plein waar ze de nacht moeten doorbrengen. In de verte horen zij onophoudelijk het geluid van beschietingen en kanonsschoten. De andere ochtend om vier uur, zet de tocht zich voort tot ze in de namiddag bij een klein stadje komen. Hier worden zij in een ‘beestenverblijf gejaagd, hetwelk even gelijk de plaats van ons vorig nachtverblijf, van boven open was, en daar wij tot over de enkels, door drek en onreinheid baden en ons vervolgens nederliggen moesten, naardien wij door de groote vermoeidheid niet langer staan konden’. Het wordt een zware nacht.
De volgende dag verandert de situatie plotseling totaal. In plaats van verder te trekken, de ‘Montagne’ (gebergte) in, komt het bevel om met het hele leger slaven terug te keren naar Algiers. Dan begint de terugtocht, lopend of op een door de inwoners van het stadje voor een paar Spaanse daalders ter beschikking gestelde ezel of muilezel.

Vervolg: Gerrit Metzon, slaaf in Algiers VI, slot

Bron; ‘Dagverhaal van mijne lotgevallen, gedurende eene gevangenis en slavernij van twee jaren en zeven maanden, te Algiers, met eene korte beschrijving van die stad, de levenswijs, zeden en gebruiken van hare inwoonders’ dat in 1817 in druk het licht zag. Het Vlaardingse Stadsarchief bezit hiervan een (uiterst zeldzaam) exemplaar.

Reacties