Direct naar navigatie

Buisjesdag

Door: Stadsarchief Vlaardingen, Thema's: Visserij

Buisjesdag was de dag waarop de vissersvloot ‘ter haringvangst’ uitvoer. De schepen – goed bevoorraad en met vlaggetjes versierd – verlieten hun thuishaven voor een periode die vooral in de 19e eeuw, tot de komst van de logger, wel twee tot drie maanden kon duren. Tijdens Buisjesdag vloeiden de tranen rijkelijk. Vrouwen, jonge meisjes en kinderen moesten immers voor lange tijd afscheid nemen van hun man, zoon, verloofde, vader of broertje. De steeds terugkerende gedachte daarbij was: ‘Zien we elkaar ooit weer terug….?’ Niemand nam dit voor vanzelfsprekend aan, want de zee gaf en de zee nam……

Eindelijk was het dan zover. De schepen voeren het Vlaardingse havengat uit, uitgezwaaid door jong en oud. Op naar de Doggersbank, de visgronden bij de Shetlandeilanden of naar de oostkant van het Farndiep, waar de haringen in grote scholen rondzwommen. De bemanning, die uit dertien tot en met zeventien man kon bestaan, was gespannen. Hoe zou het hen deze reis vergaan? Met hoeveel tonnen haring zouden ze terugkeren? En vooral, met hoeveel man…..? De jongste aan boord, het afhoudertje, een kind nog, zwaaide voor het laatst met zijn rode zakdoek naar zijn moeder op ’t Hooft… “Dáag, dáaaag moeder!......”

Buisjesdag circa 1950. Voor het Oosterhoofd stoomt de VL 80 'Gesina' op ter haringvangst

Eeuwenlang voer de vloot uit op 15 juni, de oorspronkelijke Buisjesdag, genoemd naar de vroegere haringbuizen. Na 1857 varieerde deze datum, afhankelijk van de situatie die zich voordeed.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de datum waarop de vissersvloot uitvoer door het Bedrijfschap voor Visserijproducten vastgesteld. Deze had de touwtjes streng in Deze gravure van Gerrit Groenewegen uit 1786 toont een haringbuis die op Buisjesdag uit de Vlaardingse haven vertrekthanden en bepaalde wat de rechten en plichten van een rederij waren. De schipper en reder mochten bijvoorbeeld niet zelf beslissen hoeveel netten ze gingen gebruiken. Het aantal netten dat gebruikt mocht worden aan het begin van de teelt (haringseizoen), stelde het Bedrijfschap vast op 60 tot 80 stuks. Na een bepaalde datum werd het aantal netten vrijgegeven en kon een vleet wel 160 tot 180 netten tellen.

24 mei 1960,  de VL 78 'Vlaardingen', de VL 79 'Maas', de VL 56 'Eben Haëzer'en de VL 85 'Berlina' varen uit (foto W. van den Berg)

Bron: 'Het zout verzouten', M.P. Zuydgeest.

Reacties