Direct naar navigatie

Een feestelijke wedstrijd in 1616: het Landjuweel van ‘De Akerboom’

Door: Stadsarchief Vlaardingen

Feesten kunnen we in Vlaardingen. Neem nu het Zomerterras, het Loggerfestival, de Beiaardweken, het Vlaardingen Festival en de in de hele regio bekend staande Vlaardingse Koninginnedagviering. Maar waren onze stadgenoten vroeger ook van die fuifnummers.....?

Ook in het verleden hielden de inwoners van Vlaardingen ervan om de sleur van alledag te doorbreken met een feest of een viering. Vaak ter gelegenheid van een heugelijke landelijke gebeurtenis zoals een kroning, een koninklijk jubileum of de geboorte van een prinsesje. Men versierde de straten dan met erebogen, vlaggen en lampionnen en verenigingen en bedrijven presenteerden zich op prachtig versierde praalwagens.

Eén festiviteit onderscheidt zich van de anderen, dat is het rederijkersfeest van 1616. Bijna vier eeuwen geleden was het kleine stadje Vlaardingen het middelpunt van een grote rederijkerswedstrijd. Op 10 juli 1616 trokken er honderden rederijkers afkomstig uit vijftien steden uit de wijde omgeving van Vlaardingen de stad binnen om deel te nemen aan een groot landjuweel. Maar eerst, wat is eigenlijk precies een ‘rederijker’?

De intrede van de Dordtse rederijkerskamer 'De Fonteynisten' tijdens de in Vlaardingen gehouden rederijkerswedstrijd in 1616. Dit schilderij hangt in het Dordrechts Museum.

Rederijkers

De wortels van de rederijkers liggen aan het begin van de vijftiende eeuw in Vlaanderen. Rederijkers waren gegoede, ontwikkelde burgers, die zich als hobby met dichtkunst, toneel en muziek bezighielden. Eens in de zoveel tijd kwamen ze in een sfeervolle ambiance bij elkaar om hun literaire maaksels aan elkaar voor te dragen. Hierbij speelden de geneugten des levens een grote rol. Een groep rederijkers noemde men een ‘kamer’.

Veel dorpen of steden in het westen en zuiden van de Nederlanden hadden wel een rederijkerskamer ofwel een ‘camere van rhetorike’. Ook Vlaardingen had er één.‘De Akerboom’ (eikeboom) werd in 1514 opgericht en de leden ervan zijn gedurende honderden jaren bij elkaar gekomen in het pand aan de Hoogstraat nummer 13, waarin nu de Vlaardingse bakker Hazenberg is gevestigd. In 1749 is de kamer, om onbekende redenen, ontbonden.

De intrede

Wat gebeurde er precies, die tiende juli 1616 om één uur ’s middags?
In de verte klinkt muziek. De ‘intrede’ (binnenkomst) van de vijftien groepen is begonnen. Een prachtig versierde wagen rijdt voorop. Daarop zit een vreemd uitgedoste figuur die op een toen populair deuntje, de rederijkers luid zingend aankondigt.  Hij beeldt de ‘Liefde Des Vaderlants’ uit.

Verbeelding van een intrede van de Vlaardingse rederijkerskamer 'De Akerboom' in 1607, tijdens een door een andere rederijkerskamer georganiseerd landjuweel Trots dragen de rederijkers hun blazoenen als ze zich, in een bont gekostumeerde stoet, aan de Vlaardingse rederijkerskamer ‘De Akerboom’ presenteren.
Het is een geweldig gezicht, iedere rederijker is prachtig verkleed en personifieert een bepaald begrip, een gedachtegang, deugd of ondeugd. Nadat de stoet door het kleine stadje heeft geparadeerd, maakt de jury haar rapport op; de intrede is namelijk het eerste onderdeel van de rederijkerswedstrijd. De andere onderdelen die aan bod komen zijn het zinnespel, het refrein, het lied en het kniedicht. Ook de groep die het mooist verkleed is en de groep die ‘t verst weg komt, krijgt een prijs.

Frivool maar ook maatschappijkritisch

Dan begint het welkomstspel. Honderden inwoners van het kleine vissersstadje verzamelen zich op een voor ons jammer genoeg onbekende locatie om het spektakel gade te slaan en om zich tevens te laten informeren over de toestand in het land. Kranten waren er immers nog niet. De rederijkers stonden kritisch tegenover de maatschappij en de politiek en hielden zich daar in hun gedichten en toneelspelen dan ook vaak mee bezig. Toch schuwden ze ook enige frivoliteit niet. Als we de genres bekijken waarmee inhoudelijk werd gewerkt, zien we naast ‘in ’t vroege’(ernstige poëzie) bijvoorbeeld ook ‘in ’t amoureuze’ (liefdesgedichten) en in ’t sotte’ (komische, soms schunnige gedichten).

Hoewel ze niet het allereenvoudigste taalgebruik beoefenden, schreven ze zeker ook voor hun publiek; het gewone volk. De honderden deelnemers werden gehuisvest in de Slavenburg, de voormalige gevangenis voor galeislaven, die in 1601 op de ruïne van het zuidelijk transept van de kerk verrees.

Blazoenen

Het blazoen van 'De Akerboom' met erop het motto 'Aensiet Lieft'De door de te gast zijnde rekerijkerskamers aan ‘De Akerboom’ geschonken blazoenen zijn  na 1749, toen de kamer al ontbonden was, in handen gekomen van het toenmalige stadsbestuur en bewaard gebleven. Ze hangen tegenwoordig in de Oude Hal en de trouwzaal van het Stadhuis op de Markt. Van de wedstrijdbundel, waarin alle teksten van de gedichten, zinnespelen, liederen en refreinen te lezen zijn, bezit het Stadsarchief enkele exemplaren. De overige exemplaren, die in het jaar 1617 door de Amsterdamse drukker Cornelis Fransz. in een onbekende oplage gedrukt werden, zijn her en der verspreid te vinden in bibliotheken en bij particulieren in binnen- en buitenland.

Bronnen: Wedstrijdbundel ‘Vlaerdings Redenrijck-bergh’ en 'Op de Hollandse Parnas’- De Vlaardingse rederijkerswedstrijd van 1616, Bart Ramakers e.a.                                      

Reacties