Direct naar navigatie

Het tragische einde van de VL 103 ‘Voorbode’

Door: stadsarchief Vlaardingen, Thema's: Visserij

Het roemruchte Vlaardingse visserijverleden heeft door de eeuwen heen in veel Vlaardingse families zijn sporen achtergelaten. Bemanningsleden sloegen overboord, werden ziek en overleden bij gebrek aan medische hulp. Af en toe verging er een schip met man en muis. Het Vlaardingse vissersschip VL 103 ‘Voorbode’ ging wel op een heel dramatische manier ten onder.....

Als laatste van een serie van zeven stoomloggers – zeven identieke schepen die ‘knorhanen’  werden genoemd – zag de VL 103, oorspronkelijk als ‘Adio’  gedoopt, in 1903 het levenslicht op de Rotterdamse werf van P. Smit jr.. Aanvankelijk leek er op het schip een zegen te rusten; de vangsten waren goed en op 19 maart 1912 vereerde Koningin Wilhelmina het Vlaardingse schip zelfs met een bezoek in de haven van IJmuiden.
In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en werd uit veiligheidsoverwegingen de Frans klinkende naam ‘Adio’  veranderd in een Hollandse: ‘Voorbode’. Nederland was in deze oorlog immers neutraal.

De binnenkomst van de VL 103 'Voorbode' in de Vlaardingse haven, 24 oktober 1923

De Duitse Kriegsmarine vordert de VL 103

Toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. In maart 1943 vorderde de Duitse Kriegsmarine het schip. Dit feit bleek ruim een jaar later de letterlijke voorbode te zijn geweest van zijn ondergang.
Het Vlaardingse vissersschip werd toebedeeld aan de Duitse rederij Vogemann Transport Compagnie NV, die in Rotterdam gevestigd was. Maar eerst moest het omgebouwd worden tot koopvaardijschip. Dat gebeurde het jaar daarop, in 1944, in Langesund, Noorwegen. Toen dit karwei geklaard was, voeren de Vlaardingse schipper Christiaan Bot en zijn bemanning met de omgebouwde stoomlogger de haven uit, op weg naar een uiterst gevaarlijke klus; het inladen en vervoeren van grote ladingen springstof voor de Duitse Wehrmacht. Het mag duidelijk zijn dat de exacte inhoud van de lading, die onder andere bestond uit 100 ton dynamiet en 80.000 slaghoedjes, uiterst geheim moest worden gehouden in verband met eventuele sabotage door het actieve Noorse verzet. Het eens zo trotse Vlaardingse vissersschip was nu dus een drijvende bom geworden. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen kregen steeds meer havenautoriteiten lucht van de werkelijke lading en de ‘Voorbode’ werd in diverse Noorse havens de toegang geweigerd. Noodzakelijke machinereparaties deden het schip in de haven van het Noorse Bergen belanden, waar het op 16 april 1944 afmeerde aan de Vestingkade, pal tegenover het middeleeuwse kasteel het ‘Bergenhus’ dat door de Duitse autoriteiten in gebruik genomen was. Onwetend van hetgeen hen boven het hoofd hing, beleefde Christiaan Bot samen met zijn mannen op 19 april nog een gezellige dag met de bemanning van de  KW 6 ‘Vertrouwen’, waarvan zijn broer Willem kapitein was en die inmiddels ook, weliswaar in een ander gedeelte van de Bergense haven, was afgemeerd.

Explosies

De volgende morgen vroeg ontving machinist Vellinga twee Noorse monteurs die de reparaties in de machinekamer kwamen uitvoeren. Ineens rook hij een vreemde lucht, klom naar boven en zag uit een mangat rook omhoog kringelen. Nadat hij alarm had geslagen, vluchtte hij het schip af, de kade op en rende tot hij niet meer kon.
Ook de kok en de twee Noorse monteurs sloegen op de vlucht, ondertussen schreeuwend dat de ‘Voorbode’ vol explosieven lag. Op de kade ontstond onder de Duitse wachtposten, Russische krijgsgevangenen en zeelui op dat moment grote paniek. Toen, om precies 08.39 uur, brak de hel los. In een reeks van enorme explosies ontploften de 100 ton springstof en de 80.000 slaghoedjes. De chaos was enorm. Van de ‘Voorbode’ bleef niets over, de haven en de voor het merendeel houten woonwijken rondom, werden vernield of brandden af en een enorme vloedgolf richtte grote schade aan. Totaal ontredderd en doodsbang probeerden de inwoners van Bergen zo het nog mogelijk was, het vege lijf te redden. Een groot deel van de omgeving van de Bergense haven is verwoest (foto collectie Sjøfartsmuseum Bergen)
In de rokende puinhopen van Bergen werden 116 doden gevonden; 95 Noren en 21 Duitsers. Op de ‘Voorbode’  vielen drie doden te betreuren, matroos De Heyer, stoker Zwaneveld en kapitein Christiaan Bot. Ruim 600 personen raakten zwaargewond en er vielen 4.500 lichtgewonden. Duizenden woningen raakten ernstig beschadigd, 131 werden er totaal verwoest en 30 schepen zonken. De grootste ramp in Noorwegen tijdens de Tweede Wereldoorlog was een feit.

De ravage was groot (foto collectie Sjøfartsmuseum, Bergen)

Oorzaak

Over de oorzaak werd getwist. De Noren weten het aan een spontane ontbranding in het kolenruim en de Duitsers aan een sabotagedaad van het Noorse verzet, dat wilde verhinderen dat de Duitsers de explosieven zouden inzetten tegen de Russische  troepen. Bewijs van één en ander is echter nooit gevonden omdat niemand ooit de verantwoordelijkheid voor dit drama heeft opgeëist.

Hier zien we het stoomschip in betere tijden, toen het uitvoer ter haringvisserij op 13 oktober 1924

 

Bron: Historisch Jaarboek Vlaardingen 1983, ‘De ondergang van de Voorbode’ door Ton van Eijk.

 

Reacties